Een week vol schapen, cellen en aangekoekte pappie
Door: Tessa
Blijf op de hoogte en volg Tessa
20 September 2009 | Zuid-Afrika, Pretoria
Ik wil jullie voorstellen aan mijn vriendinnetje.. Itumeleng! Itumeleng is dakloos, leeft samen met haar ouders op de straat. Haar ouders zijn drugsverslaafd, en komen haar eigenlijk nooit opzoeken. Ik en Itumeleng zijn al ongeveer 2 weken een team. Ik ontmoette haar toen ze in de isolatiecel lag en een dag verantwoordelijk voor haar was, in mijn eentje. Voor mij was het liefde op het eerste gezicht, voor haar niet. Ik was die gekke, witte zuster, wat haar taal niet sprak. Waarvoor Itumeleng in de isolatiecel lag, weet ik tot op de dag van vandaag nog niet, kon niemand me vertellen. Dus deed ik me een heel pak aan, compleet met masker, handschoenen en schort. Dat maakt die witte zuster zelfs een beetje eng. Itumeleng ligt bij mij op de afdeling, omdat haar ouders niet op haar lette toen ze aan het spelen was. Ze viel in een vuur en verbrandde haar complete hand en arm tot aan haar nek. Van haar hand is niks meer over, haar arm ‘valt mee’. Ik probeerde haar met alle liefde te verzorgen, wat moeilijk was, want ze vertrouwd niemand. Die dag was ik de hele dag bij haar, en ze moest het toch met mij doen. Ze zei allemaal dingen, maar ik verstond haar niet, wat natuurlijk erg moeilijk voor haar moet zijn geweest. Toen ik collega’s vroeg om me te helpen, hadden ze geen tijd, moesten op hun dikke achterwerken zitten te vertellen. Dus deed ik het maar alleen die dag. Ze huilde de hele dag, en ik kon niet meer dan haar uit bed pakken en met haar op m’n schoot zitten, zo werd ze rustig. Ze heeft er nog een paar dagen gelegen, die paar dagen was ik vrij. Toen ik er op een maandag weer was, kreeg ik een nieuw patiëntje op mijn kamer, Itumeleng, ze mocht van de isolatiecel af. Ze was weer een beetje onwenning, maar herkende me toch. Die dag mocht ze me wel een beetje.
Itumeleng heeft een skin graft gehad, wat inhoudt dat ze van haar been huid hebben afgehaald met een soort ‘kaasschaaf’ en dit op haar verbrande handje hebben gezet. Dit pakken ze vervolgens in met een soort bandage. In Nederland is dit ook een bekend fenomeen, waar de bandage na de operatie toch minimaal een week moet blijven zitten. Dit is omdat de ‘donorhuid’ zich moet gaan vasthechten aan de beschadigde hand. In Afrika hoeft dit niet! Dus op een andere werkdag kwam een vrouw naar me toe, van de Occupational Therapy bleek later, die vroeg of ik wilde helpen met de ‘dressing’. Ik wist niet wat het inhield, maar ja, ik wilde best helpen. Dus ik Itumeleng opgepakt. Het verband moest van haar hand af, om opnieuw ingepakt te worden. Ik weet niet de hoeveelste keer het toen al was, maar ik zag het voor het eerst dat ze dit deden. Zo’n twee dagen na de operatie! Dit werd een waar spektakel waarbij ik haar met alle kracht moet vasthouden en een collega van mij het verband er letterlijk ‘afrukte’. De vrouw van de OT stond als een ‘gepopte uil’ erbij te kijken en te vertellen waarom zij wilde dat het verband eraf moest. Haar hand was nu namelijk als één geheel ingepakt, maar zij wilde de vingers allemaal los ingepakt. Toen de hand uitgepakt was, schrok ik me kapot. Welke huid? Zelfs alle nieuwe huid was met de sessies van mijn lieftallige collega’s er helemaal afgerukt. De botten en pezen liggen zowat bloot. Ze vroegen mij hoe het in Nederland ging, en ik vertelde hen dat wij het lang genoeg laten zitten, zodat de huid er tenminste aan kan groeien!
Een uur later, met veel geschreeuw, gehuil, bloed en verband was het dan uiteindelijk gebeurt. Ik pakte Itumeleng op en bracht haar terug naar haar bed. Gelukkig keek ze er mij niet op aan, en wilde ze bij me blijven zitten, bijkomen van de pijn. De dag erna verpleegde ik kamer 6, de kamer naast Itumeleng. En ’s morgens vroeg zag ik twee schapen aan haar bed die hardhandig haar hand vastpakte en weer aan het verband begonnen te trekken. Eén mannelijk schaap had haar hardhandig vast, en het vrouwelijk schaap had de hand vast en trok uit alle macht. Waarom laten weken in water? Is toch niet nodig? Of pijnmedicatie, want zoveel pijn zal het toch wel niet doen? Het derde schaap dat erbij stond was die vrouw van de OT, de dag ervoor. Ik liep naar de kamer toe en vroeg waar ze mee bezig waren. Ja, zei schaap van de OT, mijn baas wil toch de hand nog eens zien en misschien moeten de vingers toch maar allemaal bij elkaar ingepakt. Dus dan moest dat ook op staande voet gebeuren en er werden verder geen andere mogelijkheden bekeken. Ik liep weg en het wilde het spektakel niet bekijken, hoorde wel het geschreeuw. Maar na goed een uur kreeg het vrouwelijke schaap haar zin en werden de vingers weer allemaal samen ingepakt. Verder loop ik zo’n 6x per dag de kamer van Itumeleng op en speel wat met haar, geef haar eten of pak haar uit bed om de buitenwereld te laten zien. Toen ik daar was, kwam schaap OT nogmaals aanzetten. De vingers moesten toch maar weer allemaal apart worden ingepakt, want dan kon Itumeleng beginnen met haar therapie. Of ik even wilde helpen.
Het liefst had ik schaap OT van 8 hoog zo naar beneden geflikkerd. Dus ik lachte lief en zei dat ik niet mee ging helpen. En waarom dan wel niet? Nou, omdat mijn dienst er binnen nu en een half uur opzit (want dat zeggen ze allemaal daar), en omdat ik geen zin heb om voor de derde keer op 24 uur tijd onnodig kinderleed te zien. Ze keek me schaapachtig aan en vroeg wat ik daar mee bedoelde. Ik was niet meer vriendelijk. Ik legde haar uit dat ik het schandalig vond hoe het hier eraan toe ging, en als zij dit wilde doen, prima, maar ik doe er niet aan mee! En daarbij.. Therapie prima! Ik ben een voorstander van therapie, maar hoe kun je een hand therapie geven als je er niet eens ene hebt! Kom nou.. Ik hield haar nog steviger vast, en Itumeleng begreep dat het voor haar weer geen leuk uurtje ging worden. Schaap OT boos, ik boos. Zij loopt weg, prima! Daar ben ik vanaf. Het laatste half uur sta ik nog met Itumeleng voor het raam en zing wat voor haar. Zolang ik er ben, komt schaap OT toch niet, dus fijn voor Itumeleng.
Toen ik de volgende dag kwam, en toch weer kamer 5 (met Itumeleng moest verplegen), zag ik dat haar handje toch nog opnieuw was ingepakt, met de vingertjes apart. Nu moeten jullie je voorstellen, dat haar vingertjes zo klein zijn, ook al zit er maar een heel dun verband om, ze kan ze toch niet bewegen. Dus waarom therapie? Maar dat snappen ze niet!
Gelukkig blijft het de hele dag rustig voor Itumeleng, totdat ik geschreeuw hoor als ik op de gang ben. Ik loop naar mijn kamer en zie schaap OT er weer staan, met Itumeleng op de arm, en loopt naar de dressingroom. Itumeleng weet al hoe laat het dan is en kijkt me hoopvol aan, om haar te redden. Mijn hart breekt.. De vingertjes worden toch weer samen ingepakt. Ongelooflijk!
Dus kort samengevat; haar been is gewond (want daar hebben ze huid vanaf gehaald om op haar hand te zetten) dat is zinloos, want de huid van de hand trekken ze er toch met alle macht af. Zonder weken in water, zonder pijnstillers! Man man man..
De laatste week sta ik niet meer Itumeleng op de kamer, maar loop nog regelmatig binnen als ik haar hoor huilen. Pak haar op, neem haar mee naar het raam, ‘sjoenkel’ met haar en zing was. Ze legt haar hoofd tegen het mijne en valt dan in slaap, door alle stress. Een vader en moeder heeft ze in principe niet. Haar moeder heeft ze al twee maanden niet meer gezien, haar vader komt ongeveer één keer per week, zo ‘stoned als een kanarie’, gooit dan twee zakken chips over het bedrek en gaat weer.. Itumeleng hysterisch achterlatend. Maar ja, geef hem eens ongelijk, want in het ziekenhuis kun je geen jointjes roken! Dus pap en mam zijn er niet om Itumeleng te steunen of te troosten, bij de zoveel moeilijke momenten op een dag!
Het komt erop neer dat Itumeleng 5x per dag huilt, en ik dan 5x per dag wordt opgeroepen door mijn collega’s. Want ze wil van niemand iets, vertrouwt niemand en zegt niets tegen iemand. Behalve als ik de kamer binnenkom, dan staat ze op en houdt haar handjes (zover als er nog iets van over is) omhoog, om omgepakt te worden. Ik zing voor haar, en zij valt in slaap. Ze is nu nog maar 2 jaar oud, dus ik hoop niet dat ze zich later veel herinnert van deze periode in haar leven. En als ze zich dan iets herinnert, dan hoop ik dat ze weet dat er een gekke witte zuster was, die wel om haar gaf, en haar het liefste nog mee naar Nederland had genomen voor een goed leven! Want dit gaat aan mijn hart…
Afgelopen weekend gingen we voor het eerst opstap in Hattfield. Ruan nam ons mee naar de Dropzone, de enige discotheek hier, de rest zijn allemaal cafeetjes. Ik had van tevoren al wijn gedronken, dus dronk ik daar ook maar wijn. Ricky wilde als eerste een rondje geven. Ze bestelde 3 wijn en 2 bier, moest 4,50 euro betalen. Dit beloofde een leuke avond te worden haha.. We dansten wat en de Afrikanen hadden al snel in de gaten dat we Hollanders waren. Het was wel zo dat er alleen blanken op stap waren, de zwarte Afrikanen waren glazenophalers. Het was een discotheek aan een leuk pleintje, met al die cafés. De Blue Bulls hadden gespeeld die avond, ons favoriete rugbyteam ;-), en verloren, dus alle Pretorianen gingen hun ellende verzuipen.. En wij deden gezellig mee!
Resultaat was dat we een aantal uren later thuis waren en ik toch echt naar bed moest. Ik besloot pap nog om 02.30u te bellen, aangezien die ook opstap was, maar dan in Oostenrijk. Bijna hetzelfde toch! Maar goed, ook mijn vader is de 50 gepasseerd, en om 02.30u heeft hij het dan ook ver gehad :).. Of niet pappie?! Het was in ieder geval zeer geslaagd.. Zondag was het dan ook wat minder haha.. Maar goed, moet kunnen toch!
Maandag mochten we weer beginnen. Ik moet zeggen dat alle collega’s toch langzamer aardiger voor me aan het worden zijn. Ze zijn aan me gewend en weten allemaal mijn naam, want ‘Tessa’ is toch redelijk grappig en vreemd. De dagen van 12 uren vallen me ook nog wel steeds zwaar, maar als ik lekker mijn eigen gangetje kan gaan, kom ik er wel overheen. Zo is het op mijn afdeling echt niet gebruikelijk dat men de kinderen uit de ‘cellen’ halen, want zo zijn die bedden net. Een hoog bedrek met openingen waar ze net hun handje tussen kunnen steken. De bedrekken zijn dan twee keer zo hoog dan de kinderen groot zijn. Dus ze zitten gewoon de hele dag in de gevangenis. Als ik een vrije tijd heb, haal ik de kinderen uit hun celen speel met ze. Mijn collega’s kijken me dan wat vreemd aan, is dit gebruikelijk in Nederland? Weet ik niet, heb nog nooit op een kinderafdeling in Nederland gewerkt! De meeste kinderen hebben geen ouders, maar toch zeker wel aandacht nodig? Dus probeer ik ze die paar minuten aandacht te geven. Het is daarna wel een ware strijd als ze weer terug naar bed moeten van mij. En meestal winnen ze die de eerste paar keren :).. Dan vinden mijn kindertjes het zo leuk om eens op de grond (overigens de meest smerige die ik ooit gezien heb) te spelen met een klein oud verrot speeltje. Het ziekenhuis is trouwens te smerig voor woorden. Er zijn gewoon houten kozijnen, die rotten. En als je goed kijkt zie je er de schimmel opzitten. De hele vloer ligt vol met eten van de vorige dag als ik ’s morgens om 07.00u kom, ’s middags rond 15.00u zal het wel eens opgeruimd zijn. Als er geen wasgoed is, dragen kinderen gewoon dagen achter elkaar hetzelfde, hetzelfde met het beddengoed. Bedden en nachtkastjes worden niet schoongemaakt als er een volgende patiënt komt. En als je de spijlen van het bed vastpakt, blijf je met je handen plakken van vettigheid. Als kinderen eten hebben gekregen (altijd ‘pappie’), worden de gezichtjes ook niet afgeveegd, dus meestal zitten de gezichtjes onder de aangekoekte pappie. Bij mij op de afdeling zie ik niet of mijn patiëntje een jongen of een meisje is. Want iedereen krijgt de haren gemillimeterd, dit is tegen de luizen. Want of ze er nu een week, of maanden liggen. Zolang de kindjes in het ziekenhuis liggen, worden de haren niet gewassen. Aan hygiëne is toch wel een ernstig gebrek daar. Maar goed, elk antwoord wat ze dan geven: ‘Het is een staatsziekenhuis, geen privéziekenhuis! En het is overbevolkt.’
Woensdag had ik een ‘korte dienst’. Een korte dienst is voor mij van 07.00u tot 16.00u en voor mijn gevoel is hij ook echt kort! Want die drie laatste uren van 4 tot 7 trekken zich lang bij een dienst van 12 uren. Bij de overdracht van de avonddienst naar onze (de vroege) dienst, kwamen we bij een mannetje aan en mijn lieftallige zwarte collega liet zien hoe de wond gelekt had, zag niet goed uit! Waarop de dokter en de hoofdzuster gingen overleggen en besloten dat het mannetje naar de Kinder-IC moest, logisch! IC keek naar de diagnose en vond er geen spoed bij zitten. Klopt, diagnose is niet zo erg, maar de complicaties wel! Maar nee, IC bleef bij hun standpunt, nu geen plaats, tijd, zin (maak er maar wat van)! Dus mannetje blijft bij ons. Ik vond het schandalig! Mannetje moet aan de monitor, en raad nu wat de vorige avond was gebeurt? Juist ja, monitor kapot. Of ja, dinsdag waren al vier van de vijf monitoren kapot. Dinsdag ging de vijfde ook nog kapot. En wat doe je dan? Je gaat geen lenen en je doet het ook niet met de hand.. Je doet het gewoon niet! Dus waren al vanaf de avond ervoor geen controles gedaan bij de kindertjes, toen ik ’s morgens kwam. Ik zei tegen mijn supervisor dat ik het wel met de hand zou doen, maar goed, een saturatie en een bloeddruk kan ik ook niet uit de pols schudden. Het zij dan maar zo…….
In de ochtend sta ik met de artsen op mijn kamer, kamer 4. Ik mag met hen de ronde doen. En opeens besef ik waarom de kinderafdeling ‘glazen kubussen’ heeft. Ik zie de moeder van het jongetje, goed en wel 2 jaar, het jongetje oppakken en door elkaar schudden. Ze gooit zich op hem en begint te schreeuwen. Dit is fout! Dus ik wijs de arts op een ‘emergency’ en ga doen wat ik moet doen. Ik pak de crashcar, waar overigens alles los in en op ligt, dus de helft valt eruit, en breng hem naar die kamer toe. En toen begon het spektakel, 60 minuten aan één stuk door reanimeren door de artsen. In Nederland zal een arts 15 tot 20 minuten reanimeren, hierna stop je, want het is hopeloos. Hier doen ze het 60 minuten! Ondertussen werd IC nog eens gebeld, nu was het echt een noodgeval! Maar nee, mannetje moest nog steeds bij ons blijven, er werden wel alarmen ingezet. Hier in Afrika komt geen reanimatie-apparaat, er komt ook geen IC-arts om te helpen. Alles is aangewezen op de handen van de verpleegsters en doktors. Verder helemaal niks. In Nederland ga je nog door de gangen met zo’n persoon, op weg naar de IC, waar apparaten je kunnen helpen. Hier in Afrika niet!
Ondertussen rennen de overige 5 kinderen, die ook op die kamer liggen, je door de benen. Kijken wat aan de hand is, nieuwsgierig, maar ook bang. Dus je trekt de gordijnen dicht, maar je hebt ook plaats nodig. Moeder van het jongetje zit in paniek op een stoel, daar bekommert zich niemand om. Dus neem ik die arme vrouw mee naar een rustig plekje. Ik spreek haar taal niet! En godzijdank komt er binnen een paar minuten een collega die wel haar taal spreekt. Moeder loopt ondertussen nog eens een keertje terug, maar mijn collega’s zijn nog steeds bezig. Na goed en wel 60 minuten, moet het reanimeren toch gestaakt worden. Het heeft niet mogen baten, het jongetje is overleden. Het mannetje ligt in het ziekenhuisbed, en wordt zo van de afdeling afgereden, tussen de andere kindjes door, die uiteindelijk op de gang belandt zijn. Moeders met kinderen op de armen staan via de ‘glazen kubussen’ te kijken wat gebeurt, bang dat het hen kind ook gaat gebeuren. Ik weet niet wat ik moet zeggen of doen, ben in shock. Ben boos, maar kan niet boos zijn op iemand..
Maar toch, als sinds gisteravond de controles gewoon waren bijgehouden, zou dan niet…?
Ik weet het niet, en op zo’n vraag is geen antwoord. En zoiets als dit, is hier in Afrika waarschijnlijk normaler dan bij ons. In Afrika overlijdt één op de vijf kindjes voor hun vierde verjaardag. Dus ik denk dat de artsen er ook wel rekening mee houden. En ze hebben nou eenmaal de middelen niet! Of ze zijn kapot…………………………..
Vrijdag hebben we de eerste bonus binnen gekregen. ’s Morgens vroeg zouden Jennifer, Ricky en ik naar Hattfield gaan. Ik mocht rijden, dus ik maak de deur open en wat zie ik daar?
Allemaal glas in de auto, ik kijk naar Ricky’s kant en ja…. Ingebroken!
Hoe kan dat dan nu? Onze auto staat binnen onze poort, waaraan pinnen vastzitten die je gewoon ‘opsjpiezen’, met een automatisch hek waar wij de sleutel van hebben. Ik weet het niet! Het autoraam boeit me niet, maar het feit dat iemand op ons ‘binnenplaatsje’ heeft gestaan, zint me niet. Want als je uiteindelijk op het ‘binnenplaatsje’ bent, moet je je even wat meer moeite doen, en dan ben je ook binnen. Dus ik bel Henk, onze automan, en leg het verhaal uit. Henk stuurt een compagnon, die komt kijken. Bij aankomt begint hij al te lachen. Dat hebben ze slim gedaan! Ze hebben wel de bedrading onder de stuurkolom losgetrokken, maar zijn nooit in de auto geweest, want dan moesten ze de deur openmaken en zou het alarm afgaan. Ik vroeg aan onze witte vriend wat het eigenlijk voor zin had. Want oké, ze (de inbrekers) waren dan op onze binnenplaats, bij de auto. Maar stel, ze hadden hem gestart gekregen, waar gingen ze dan heen, want ons hek kregen ze van z’n leven niet open! Onze vriend zei dat dit wel klopte, maar ook die hekken konden ze saboteren. Oké dan! Hij vroeg of we iets kwijt waren. Nee! Want we hadden er niks inliggen. Ze hadden nog geprobeerd de autoradio mee te nemen. Ze hebben zich bedacht, slim, want die doet het helemaal niet!
Uiteindelijk vond ik het allemaal maar een beetje raar, want wie zou zich laten opsjpiezen voor onze Chico, een oude witte Golf 1 uit de ‘jaren toebak’ met een autoradio die het niet doet. Maar goed, gelukkig loopt het allemaal met een sisser af en wij zijn nog meer op onze hoede voor alle minder frisse buurtbewoners van ons leuke dorpje hier!
Gisteren zijn we naar Sun City gegaan, zoals pap zegt; ‘het crème de la crème van Zuid-Afrika. Sun City is een plaatsje dat ‘uit de grond is getrokken’. In de middle of nowhere, tussen de krottenwijken en uitgestrekte landschapsgebieden bevindt zich dit stadje. Het is een stadje op zich, met 4 hotels (waar wij één overnachting niet van kunnen betalen!) en een strandje. Hier kun je allemaal watersporten beoefenen, er is een krokodillenfarm, er zijn bungalows waar men in kan slapen (wij niet!), er rijden bussen, er zijn casino’s, restaurants, een winkelgedeelte etc. In ieder geval; het is cool! Wij hadden wel zin in, een dagje chillen. Dus wij, met onze goede Afrikaanse vriend erheen gereden. Na entree te hebben betaald reden we het stadje in. We keken onze ogen uit, er rijden auto’s waarvan wij waarschijnlijk niet het knipperlicht kunnen betalen. Leuk om te zien allemaal! Wij wilden naar de Valley of Waves, want ja, daar kun je chillen. Alle Afrikanen aardig en hielpen ons met de weg. Daar aangekomen reden we de parkeerplaats op. Onze Golf 4 was hetzelfde, die op zich heel mooi is, viel in het niet bij de auto’s waar wij tussen moesten parkeren. Maar maakt niet uit! We waren vroeg, 8 uur ’s morgens, het strand ging pas 9 uur open. Dus we moesten even wachten. En een zwarte madam had al geschoten dat we toeristen waren. Dus ze kwam eens even polshoogte bij ons nemen. Van welk land kwamen we? En wat deden we hier? Goh, wat leuk allemaal! Zeg luister, daar aan de entree moet je 80 rand betalen, als je mij nu 50 geeft, laat ik jullie zo door! Jah daaaaaag, zwarte madam! Want dan geef ik jou 50 Rand en uiteindelijk moet ik me nog ergens een ticket van 80 Rand bemachtigen, dat maakt dus dat ik jou 50 Rand in je oneerlijke zwarte handen heb geduwd, die ik verlies heb gemaakt! Ze probeerde het nog een aantal keren waarop Ruan vroeg of ze het niet goed begreep ofzo. Ze begreep dat ze bij ons geen kans maakte, dus ging ze andere toeristen lastig vallen, die er wel intrapte. Wij lieten ons de lol niet bederven en bij binnenkomst hadden we het beste plaatsje op het strand. En ja, er waren ook echte hoge golven! Wij erin.. En binnen een half uur moest Ward al in actie komen. Twee jongetjes zaten op de golven in een grote band. De ene had de andere er voor de grap afgegooid. Maar het jongetje was te klein om zichzelf boven water te houden. Dus opeens kwam Ward met een jongetje in zijn armen richting mij en liet hem los, onze redder in nood! Hij dacht dat het jongetje daar kon staan. Maar ook daar was hij nog te klein voor. Dus pakte ik hem over en zwom met hem naar de kant. Hij bedankte ons vriendelijk en buiten adem in het Engels en ging gauw naar zijn ouders. Leuk vriendje heb jij! Die Ward van ons, een echte zuster! Na gelegen en gegeten te hebben, kwam toch weer het kleine kindje in Ward en mij naar boven. Dus alle vijf de glijbanen moesten eraan geloven, en niet één keer! Jawel, het was erg geslaagd. En na deze dag waren we helemaal uitgerust :)…
Klaar om maandag te beginnen aan onze laatste week in het Steve Biko Academic Hospital, waarnaar we de week erna beginnen in de ‘townships’.
Tot de volgende keer!
Baie goe gaan voor jullie allemaal!
-
20 September 2009 - 11:19
Maurice En Thea :
jij kunt geweldig schrijven Tessa het is niet te geloven hoe het leven zich daar afspeelt hopenlijk beleef je ook genoeg leuke dingen veel succes en de groeten uit wijlre -
20 September 2009 - 11:20
Dagmar En Jannie:
volhouden je droom komt uit om kleine zwarte kindertjes te helpen want daar doe je het voor, misschien steken de kinderen daar wat van op.
hou je taai!!!!!!!!!!!!!
-
20 September 2009 - 16:07
Marcel:
Sterkte in de strijd, Tessa!
Het is natuurlijk ongelooflijk hoe het er daar aan toe gaat. Heel mooi dat je daar niet zomaar in mee gaat maar bij jezelf blijft. Al opent het één ander de ogen maar een beetje .......
Gr. Cel, José en de kids. -
20 September 2009 - 20:24
Monique En Noel:
ik heb vanavond weer alles bij gelezen.
wat een belevenis!
heel veel sterkte met het trooste van je zieke patiëntjes. en geniet ook maar van je vrije tijd.vele groetjes van
`t gezinnetje willems. -
21 September 2009 - 15:22
Albert En Marlies:
Hallo Tessa,
De naam van die arts is toch niet toevallig Mengele Josef.
Is de naam van dit ziekenhuis soms Dagau !!!
volgens mij was Jullie auto een afstudeer opdracht voor lokale boefjes.
Wij vinden je verhaal erg aangrijpend.
Het geeft een goed beeld van de daar geldende normen en waarde.
Ik heb respect voor de manier hoe je er mee omgaat.
Sterkte en zeker ook veel Plezier met de zwartjes.
Tot het volgende boeiende verhaal van Tessa in Zuid-Afrika
Groetjes,
Albert Marlies en Rachelle.
-
21 September 2009 - 16:59
Edgard:
Nu ik gelezen heb wat schapen allemaal teweeg brengen doe ik ze van de hand want hier kan ik niet tegen.
a.s. woensdag nog gaan ze naar de slager dan kunnen die schapen van mij in ieder geval niets verkeerds meer doen.
ik hoop dat ik je hiermee een hart onder de riem steek.
voor de rest zou ik zeggen tot het volgende avontuur. -
22 September 2009 - 10:02
Monique Ruud Sven :
he tessa wat een verhaal,ik lees het weer met alle plezier ,wat verschrikkelijk hoe ze daar met de kindjes omgaan .wat moet dat kindje pijn hebben maar gelukkig is zuster tessa daar om haar te troesten nou heel veel sterkte daar en blijf maar je zelf je doet het geweldig daar. tot volgende week ik kijk er altijd naar uit groetjes monique ruud sven -
25 September 2009 - 16:07
Guus En Marina:
Hoi witte zuster,
Weer zo´n super verhaal. Je maakt wat mee daar.
Tessa geniet ook van de weinige vrije uurtjes.
Veel succes!!!!
Groetjes Guus en Marina
-
27 September 2009 - 05:46
Monique:
Hey Tessa,
heb weer vol bewondering je verslag gelezen, heftig allemaal hoor. Super dat je dit aankunt. Wij hebben hier toch echt niks te klagen hè, helemaal niks! Ik heb net versierd voor Ken, maar of hij het leuk zal vinden??? Robbin dacht trouwens dat hij het lekkerste jongetje van Uermend was!!! Haha, ik had Ken wijs gemaakt via een sms-je dat ik zijn post had geopend, had eens wat moeten horen toen hij thuis kwam!!! Hopenlijk ben je er de volgende verjaardag weer lekker bij. Heel veel plezier, en succes daar in het verre afrika. En blijf aub goed opletten hè!!!!
groetjes, Monique xxx -
07 Oktober 2009 - 14:15
Paula:
Hoi Tessa,
Ik lees net pas je verslag (zoals gewoonlijk nog geen tijd gehad). Verschrikkelijk wat die kinderen daar mee moeten maken. Ik heb dit echt met de tranen in mijn ogen gelezen. Dat je dit kunt volhouden vind ik echt dapper.
Je volgende verslag moet ik nog lezen. Maar daar snel tijd voor.
Groetjes, Paula
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley