You can leave Africa.. But Africa never leaves you

Door: Tessa

Blijf op de hoogte en volg Tessa

12 April 2010 | Zuid-Afrika, Pretoria

Het is lang geleden dat ik geschreven heb, maar hier issie dan!
Dit is het allerlaatste berichtje van mijn reisverslag (dat nu toch een half jaar geduurd heeft).

Als eerste wil ik even iedereen bedanken, die altijd mijn verhalen heeft gelezen en berichtjes achter heeft gelaten. Toen ik eenmaal in Nederland terug was, merkte ik hoeveel mensen mijn verslagen gevolgd hebben. Geweldig vind ik dat! Iedereen wist wel iets van wat ik meegemaakt had en vroegen ernaar. Jullie kunnen je niet voorstellen hoe leuk het is om te horen dat zoveel mensen je leven in het buitenland gevolgd hebben..

Zaterdag 5 december hebben we het leukste feest van Nederlandse bodem gevierd; Sinterklaas. Ruud was op doorreis naar Mozambique, maar vond gelukkig toch een avondje om bij ons surprise te houden. Ook Agnes en Collette hadden we uitgenodigd, maar Collette was gebeten door een hond, zij kon er dus helaas niet bij zijn. We hebben met z’n zessen heerlijk gegeten (jaja, want wij hadden gekookt :D) en vervolgens kregen we een hele leuke oranje tulp van Ruud, omdat hij trots op ons was :D.. We hadden vantevoren lootjes getrokken via internet en ik had Ruud. Ik wilde me eens flink uitsloven en dat eindigde in een gedicht van 9 pagina’s. Dus hij had wel even wat te lezen.. Iedereen had zich flink uitgesloofd en ik kreeg een heerlijk douchepakketje van Ward met een leuk gedicht. Ook Agnes had voor iedereen een toepassend cadeau, wat ik erg lief vond. Ze had voor ons alle vijf een zelfgemaakt kruisje. Geblazen uit glas door een vriend van haar. In Zuid-Afrika is dit bijzonder, omdat iedereen zo gelovig is. Dus de avond eindigde voor mij met weer eens hele mooie herinneringen aan één van de prachtigste landen ter wereld.
Erg laat hebben we het niet gemaakt ’s avonds, aangezien we de dag erna naar Zambia zouden vliegen. We moesten zover al alles ingepakt hebben, want als we terug zouden komen uit Zambia hadden we ook nog maar één dag over. Daarbij mochten we alle spullen in Zuid-Afrika in ons huis laten, maar ik wilde het wel opgeborgen in kasten hebben.

Dus op zondag 6 december hebben we de hele dag ingepakt en opgeruimd. Rond half 4 kwam Agnes ons halen die ons naar Johannesburg bracht. Om half 6 zouden we uiteindelijk naar Zambia vliegen. We hadden twee koffers met ons vieren. Eén helemaal vol met speelgoed voor de kindjes, de andere met de spullen van ons vieren. Dus met de bagage hadden we ons goed ingehouden. We mochten 32 kg. per persoon meenemen, en wij hadden dus in plaats van twee koffers, maar eentje! Dus wij met goede moed naar OR Tambo in Johannesburg.. Er moest toch zeker één ding gelijk goed aan in de tijd dat we nog in Afrika zaten?! Alles wat mis kon gaan, was namelijk de afgelopen tijd al mis gegaan bij ons. Maar, aangekomen bij de douane waren ze niet blij met ons. Eén koffer was namelijk 36 kg. en het ander 31 kg. Het betekende dat er eentje vier kilo te zwaar was. Waarop ik antwoordde dat we ook maar twee koffers mee hadden in plaats van vier. Nee, de meneer vond dat we er vier kilo uit moesten pakken. Maar goed, waar gingen we die vier kilo dan duwen?! Daar moesten we maar een tas voor gaan kopen van de lieve meneren. Tassen van twintig euro! En dat zegt een Afrikaan… Echt niet! Ik had toevallig nog een lege tas ingepakt, dus die vier kilo hebben we daar ingestopt.. Het hele spektakel heeft weer lang geduurd, waardoor we eigenlijk de inchecktijd al gepasseerd hadden. We mochten als laatste door en meteen richting de gate. Want de ‘boardingtijd’ was al begonnen, volgens het personeel. Dus renden we rechtstreeks door naar de gate. Eigenlijk hadden we het idee dat we nog konden eten, dat hadden we namelijk die dag nog niet gedaan. Boodschappen hadden we niet meer gedaan, want dat zou anders toch maar in Zuid-Afrika liggen te bederven. Dus hadden we die dag ontbeten met sinterklaassnoep, ook niet erg! Maar ondertussen was mijn maag toch behoorlijk aan het rammelen. We kwamen om half 5 aan bij de gate en moesten ook om half 5 boarden. Maar zoals zoveel in Afrika duurde het.. en duurde het.. en het duurde nog wat meer.. en toen nog even. Totdat ik besloot toch gewoon wat eten te gaan halen, dus Ward en ik renden naar het dichtstbijzijnde hokje die iets eetbaars verkochten en we namen vier dingen mee. Terug bij de gate waren we op tijd want we konden nog steeds niet boarden. Om half 6 stonden we nog te wachten en iets later ging het open. We installeerden ons in het vliegtuig en eindelijk kon de reis beginnen!
De reis verliep soepel, slapen kan ik niet in een vliegtuig, dus luisterde ik maar wat muziek.
Rond 20.00u zijn we geland in Lusaka, de hoofdstad van Zambia. Ik had een kamer geboekt in Zebra Guesthouse en geregeld dat het personeel ons op stond te wachten met twee auto’s. Toen we het vliegtuig uit kwamen begon het volgende tafereel. We moesten een visum kopen voor 50 euro.. Ik geloofde er niet veel van, want de mensen voor ons hoefde ook niks te betalen. Mijn vertrouwen in de Afrikaanse ambtenaren was namelijk helemaal weg. Maar goed, na rondvraag bleek het toch te kloppen. De mensen achter de balie wilde het geld in US Dollars of in Kwacha (Zambiaanse valuta), maar wij hadden alleen de Zuid-Afrikaanse Rand. Die accepteerde ze niet, dus we moesten eerst na een wisselkantoor om te wisselen. Zo gezegd, zo gedaan. We zitten nog steeds in Afrika, dus ook dit duurde weer uuuuuuuuren! Maar uiteindelijk kregen we van die lieve zwarte meneer 50 US Dollars en de rest van ons geld omgewisseld in Kwacha. Dus we gingen terug om onze visa te kopen. Toen we langs de bagageband liepen zag ik al dat die niet meer draaide. En wij hadden onze koffers nog niet! Nou goed, die zullen wel ergens op ons staan te wachten. Na het visum betaald te hebben, gingen we toch even iemand vragen waar de koffers waren. Zij wist het niet, alle koffers die op de band lagen waren meegenomen door passagiers, dus die van ons waren er niet meer! Eén voordeel; in principe kon er geen vreemde met ons koffer vandoor zijn gegaan, want bij de uitgang wordt gekeken of ze ook wel het goede ticket hebben voor het koffer. Maar goed, ze waren toch weg! Ondertussen stonden de mensen van het Zebra Guesthouse al een uur op ons te wachten. Trouwens hele aardige mensen! Maar goed, daar kregen we onze bagage niet mee terug. Er was voor ons niet veel om te zoeken. Bij een vliegveld in Zambia moet je je niet heel veel voorstellen natuurlijk. Er waren maar twee bagagebanden en één hokje voor vragen. Alles was er oud, klein en smerig, maar o zó charmant!! We hebben hard gepraat voor onze koffers, maar ze konden niks voor ons doen. We konden hoogstens de dag erna terugkomen. Dan moesten we dat maar doen! Ondertussen was er een blanke man met een zwarte vrouw bij ons komen staan. De vrouw vroeg of ik ‘’Tessa’’ was. Ik wist even niet wat me overkwam. Maar wat bleek, de koffers van Ton (de vrouw van de stichting die we gingen bezoeken), was een paar dagen eerder ook haar koffers kwijt geraakt. En die had ze nog steeds niet terug. Deze mevrouw gaf ons de tip om niet te bellen, maar elke keer langs te komen om te kijken of de koffers er zijn, want anders helpen ze je niet. Nou oké dan, ik zelf was kapot van de reis, dus we zouden de volgende dag wel komen kijken. Daarbij stonden de mensen van Zebra Guesthouse al lang te wachten op ons en ik wilde ze niet nog langer laten wachten. Ze waren extra met twee auto’s gekomen, maar goed, we hadden geen koffers dus het was eigenlijk onnodig. De weg naar het Guesthouse vertelde de zoon van de baas honderduit over zijn land, wat ik natuurlijk weer interessant vond! Aangekomen daar, pakten we ieder een flesje water en gingen uitgeput naar onze kamer. We deelden ééntje met z’n vieren, behoorlijk krap, maar wel gezellig. Ik sliep eigenlijk helemaal niet! We lagen aan de voorkant, dus constant hoorde we personeel praatten (dat de hele nacht doorwerkt), katten, allemaal soorten vogels, krekels en ik weet niet wat allemaal. Natuurlijk had ik alweer muggenbulten te pakken de eerste nacht, fijn voor de andere drie, die blanco konden opstaan :D..

Op maandag 7 december was het de vraag of we de koffers die dag zouden krijgen. We besloten een taxichauffeur te bellen, om met ons naar het vliegveld te rijden. Na ontbeten te hebben belden we hem en binnen een kwartier was hij er. Thomas, een hele aardige zwarte meneer. Hij reed met ons naar het vliegveld. Daar aangekomen gingen we naar het kantoor van Zambezi Airlines. Ze probeerden ons daar niet echt vooruit te helpen, waarop ik natuurlijk een beetje geïrriteerd, maar vriendelijk verzocht om onze koffers te zoeken. Uiteindelijk mochten we in een kantoortje kijken, maar daar stonden ze niet. ik vroeg aan de dame of er niet nog een opslagplaats was, maar die was er niet. Dus moesten we afwachten, want onze koffers zouden nog in Johannesburg staan, zeiden ze. Ze zouden nooit zijn meegekomen. We besloten dat we vanaf nu zouden bellen, want de taxi kostte ons toch 40 euro per keer, en om dan nu twee keer per dag naar het vliegveld te reizen?! Maar goed, ik had toch het gevoel dat we door de telefoon minder zouden bereiken, maar goed. We moesten een telefoonnummer doorgeven en gaven dat van het Zebra Guesthouse, aangezien we zelf geen simkaart hadden. De rest van de dag luierde we wat en schreef ik in mijn reisdagboek. Ik kon wel boos worden of wat dan ook, het had voor mij geen zin. Ik was zo blij in Zambia te zijn. We zaten weliswaar in de hoofdstad, maar je kunt het echt niet vergelijken met Amsterdam of wat dan ook. Het is toch nog heel primitief. Ook hier is de weg ontzettend vol, met auto’s die bijna uit elkaar vallen. Ook hier staan weer overal marktkraampjes langs de weg waar vrouwen centen proberen te verdienen om het gezin te kunnen voeden. Ik ben nu al verliefd, puppyliefde…

Dinsdag 8 december zaten we nog steeds met ons kofferprobleem. We hoopten dat we ze snel zouden ontvangen, want hoe langer we in Lusaka zaten, des te korter was de tijd in Mpongwe. Ik belde ’s morgens naar het vliegveld, maar de koffers waren er nog niet. Lichtelijk geïrriteerd zei ik dat ik het tijd vond worden voor onze koffers en dat we door moesten naar Mpongwe. Dat ze anders maar de koffers naar Ndola lieten vliegen, op kosten van de maatschappij. Dat het me niet kon schelen, maar we konden niet blijven wachten. Nul respons! Omdat ik op dit moment nog steeds met de telefoon van de kok aan het bellen was, besloot ik zelf een simkaart te gaan kopen. Dus dat deden we ’s middags. Verder konden we nog steeds alleen maar wachten. Daar waar wij sliepen was echt helemaal niks te beleven. We aten ’s avonds in het Guesthouse, net zoals de voorgaande avond. Het eten was echt verschrikkelijk. Het waren net rauwe frieten met olie erover heen. Een paar boontjes en een stukje kip. Het was zo weinig en zo rauw allemaal dat ik het niet durfde te eten! Dan maar sultana’s, die hadden we ons meegenomen. Kwamen ze toch nog goed uit! Het laatste telefoontje van die dag wat ik pleegde was naar Ton, om te vertellen dat onze koffers er nog steeds niet waren en we die van hen ook nog niet hadden gevonden. We belden zeker een half uur en zij vertelde ons dat we beter maar gewoon de bus naar Ndola konden pakken. Onze koffers, dat kon nog een week duren. Daar konden we niet op wachten! Dan maar zonder koffers.. Ik was het met haar eens en vertelde tegen de rest dat we beter een busticket konden gaan kopen en zonder spullen naar de andere kant van het land zouden reizen. Na lang aarzelen, wikken en wegen stemde de rest toe. We waren het erover eens dan maar te vertrekken. Ik belde nog eens naar het vliegveld en wat bleek.. ONZE KOFFERS WAREN ER!! Ik bracht de telefoon terug naar de kok en wilde hem betalen. Dat wilde hij niet. De mentaliteit van de Zambianen: de kok knielde (een teken van respect) voor mij omdat ik ZIJN telefoon terug kwam brengen. Dus hij bewees mij een dienst, maar toch had hij respect voor mij en wilde geen geld aannemen, dat ik hem toch in de handen duwde. We belden Thomas weer dat we naar het centrum wilde om buskaartjes te gaan kopen, maar eerst de koffers, hij verscheen iets later. Op het vliegveld aangekomen kwam dezelfde vrouw van de vorige keer ons al tegemoet, we moesten maar even meelopen. We gingen naar een heel andere opslagplaats dan de vorige keer. Toen vroeg ik zelfs nog of er nog een andere opslagplaats was, die was er toen niet! Dus zouden ze die in één dag tijd hebben bijgebouwd? Nou goed, we gingen onze koffers halen. Toen Jenn en ik bij de koffers stonden werd ons duidelijk gemaakt (met handen en voeten!) dat we één koffer open moesten maken. Ze hadden iets op de röntgen gezien. Dus wij maakten dat koffer open. De man greep meteen gericht naar één kant van het koffer en haalde er een waterpistooltje uit. Hij bekeek het eens goed, lachtte een beetje en liet ons toen gaan. Wij kwamen helemaal blij met de koffers terug bij Ward en Ricky. Zelf Thomas was blij voor ons, die had elke keer al goede woordjes voor ons gedaan bij het personeel. Maar nu hadden we eindelijk onze koffers en konden we de buskaartjes gaan kopen. Bij het busstation (net als op tv!) aangekomen vertelde ze ons dat we gewoon op tijd moesten komen. Volgens mij vertrok de bus om 7 uur en moesten we dan rond 6 uur aanwezig zijn, wilde we kans maken op kaartjes. De mensen vertelden ons dat er dan nog plaats genoeg was. Dus geloofden we dat. We deden boodschappen, kochten wat broodjes en beleg voor de volgende dag. Thomas reed ons na een paar uren weer terug naar het Guesthouse waar we weer zo’n heerlijke maaltijd kregen :S.. ’s Avonds gingen we vroeg slapen, aangezien we ook weer vroeg de bus moesten hebben. Het voordeel in Afrika is dat je niet vast slaapt (met al die geluiden) en ook niet lang (door de temperatuur en het zonlicht).

Woensdag 9 december was het eindelijk zover en kon onze busreis naar Mpongwe beginnen. ’s Morgens vroeg om 6 uur stonden we al in de rij voor buskaartjes. In onze korte broek en t-shirt, want anders was het niet uit te houden! We zouden reizen tot Ndola en daar zou Ton ons met een busje komen ophalen. Ik maakte me al druk dat we geen kaartjes meer kregen. De bus raakte voller en voller en wij hadden nog geen kaartjes. Gelukkig waren we nog op tijd en konden we mee met de bus. Hij zat echt propvol! Zonder airco, met n vliegen! Gratis en voor niks erbij! We waren helemaal achterin gaan zitten, en gelukkig maar! Want hoe voller de bus werd, hoe meer de temperatuur en de stank steeg. Achterin konden we tenminste een raampje helemaal opengooien. De stank was echt niet te houden! Maar ook dit heeft zijn charmes, want je zit in Zambia! Alle bussen wachten totdat ze vol zijn, waarnaar ze vertrekken. We hadden een reis van vier uren voor de boeg. Eigenlijk waren het er zes. Maar we stopten in Ndola, en van Ndola tot Mpongwe waren er ook nog eens twee. Maar die reden we met Ton mee terug dan. De busreis was prachtig! We passeerden allemaal dorpjes en konden het mooie landschap zien. Het landschap is vooral groen en vlak, maar met alle kleine dorpjes, hutjes en ossenploegen op de voorgrond lijkt het net een schilderij. Prachtig!! Toen we in Ndola mochten uitstappen stond het overal vol met verkopers en mensen die ons aanklampten en geld wilden hebben. Wij stonden met onze koffers en moesten even uit de menigte, want het was ons te heftig. Gevoelstemperatuur: 50 graden. Werkelijke temperatuur: 40 graden. We moesten even wachten en toen kwam Sofie, die ons het busje inloodste. Met het busje reden we naar een lunchroom waar Ton, Raymond en Ramon zaten te wachten. Twee studenten die stage liepen in Mpongwe uit St. Geertruid en Reymerstok. Voor het eerst in 4 dagen kregen we wat fatsoenlijks te eten en bestelden we ons een tosti. Wat heeft die gesmaakt!! We hebben veel vertelt met Ton, Raymond, Ramon en Sofie en zijn daarna naar Mpongwe gereden. Een reis van twee uren in een busje, dat zou in Nederland niet eens meer op de sloop staan! De banken hadden plaats gemaakt voor schuim met gaten. De raampjes gingen niet meer open of dicht, de stangen die door de hele bus zaten hingen scheef, zaten geen lak meer op of ik snapte er de functie niet van. Ik had nog nooit zo’n busjes gezien! Maar nogmaals.. Wat een charme! Overal langs de weg werd op ons gefloten, in de hoop dat we stopten en iets kochten. Na een lange reis kwamen we aan bij het Guesthouse. Een prachtig geel gebouw, primitief, maar heel gezellig! We aten gezellig samen.. Correctie: de jongens kookten voor ons! En ’s avonds zijn Ward en ik met Ramon en Raymond op stap gegaan naar de lokale nachtclub; ‘Candlelight’. Niet meer dan een vierkant lokaaltje, een stereotoren en een ijskast met flesjes bier. Maar wat waren we hip, want iedereen wil wel eens met die witte mensen praten. Normaal is er geen één, in een omtrek zo groot als Limburg, en nu heb je er opeens 4 aan de bar zitten?! Dus dat was een belevenis. Alle Zambianen waren erg aardig. We leerden de taal en hoe men mekaar begroette. Toch was ik best op tijd moe van al het geregel en gereis de afgelopen dagen. Dus na een half uur gesmeekt te hebben bij de jongens, liepen zij met me mee naar huis, zelf ook kapot van de dag. Ik durfde nog niet alleen naar huis, gewend aan het criminele Zuid-Afrika. Maar hier in Zambia, daar loopt men gewoon over straat, zonder straatlantaarns, hoogstens een zaklamp. Iemand die je tegemoet komt wandelen zie je niet, want ze zijn echt pikzwart.. Maar ze groeten je wel en daaraan weet je dat er iemand langs liep. Het was voor mij erg wennen, na alle ervaringen met de criminaliteit en corrupte praktijken, vertrouwde ik niemand meer. Maar, bleek later, Zambia is wel degelijk veilig!

Donderdag 10 december konden we rustig uitslapen.. Maar goed, uitslapen is toch niet langer dan 7 of 8 uur in Afrikaanse landen. Maar wat was het heerlijk om wakker te worden door het zonlicht dat naar binnen schijnt, de temperatuur die oploopt en alle dieren die je buiten hoort. Ward sliep bij mij op de kamer. Een geluk voor hem, want degene die bij mij slaapt heeft nooit last van muggenbulten, die heb ik dan namelijk allemaal. Na uitgeslapen te hebben kwam Teddy, een ‘local’. Hij ging ons een rondleiding door Mpongwe geven. Fototoestel, zonnebril en water mee en hup.. Aan de geng! We liepen wel twee uren en zagen het kleine, stinkende, vieze, maar o zo geweldige marktje! Leerden de bewoners kennen, bezochten de school, het ziekenhuisje en liepen door de ‘bush’. Geweldig toch! En dat in een temperatuur van 40 graden. Het leuke is dat alles heel gemoedelijk verloopt. Iedereen neemt zich de tijd om een praatje met je te maken. Ondertussen was ik de taal aan het leren, want dit was iets makkelijk om te begroeten. Terug bij het Guesthouse aangekomen waren we alweer kapot moe, door alle indrukken en de warme. Verder heb ik de hele dag een boek zitten lezen onder de ‘inzaka’, mijn nieuwe hobby :d.. Een inzaka is een stukje overdekt met een rieten dak. In dit geval lag de inzaka op een verhoging, dus kwam er ook steeds een lekker briesje onderdoor. Heerlijk! ’s Avonds toen we aan het koken waren zeiden Ralf en Raymond al dat we te laat waren met koken. Hoezo te laat? Een kwartier later werd het duidelijk; de stroom viel uit, een ‘powercut’. En dit zou zo blijven voor de komende uren zeiden de jongens. Dit kon toch niet? Hoezo duurde dat zo lang dan? Stomme vraag, we zitten in Afrika! Dus aten we het eten zover als dat het gaar was, bijna rauw! Maar we zitten in Afrika dus we zeuren niet!

Vrijdag 11 december zouden Jennifer, Ricky en ik met een soort Mobile Clinic mee gaan. Het dorpje intrekken om de mensen te verzorgen. Alleen was het het ’s nachts tropisch weer geweest en het had op zo’n manier geregend, die wij nog nooit hebben meegemaakt. Heel indrukwekkend om te zien! Maar goed, de mensen zijn er niet bij geholpen want vervolgens konden we niet met de Mobile Clinic mee, werd gezegd. Maar er werd ook nog over getwijfeld. Dan was het weer wel, dan weer niet, dan weer wel en dan weer niet. ondertussen gingen de jongens schoolbankjes opladen in een truck om die naar dorpjes te gaan vervoeren. Zij vertrokken wel, zoals gepland, om 08.00u en wij moesten nog steeds wachten. We hadden afgesproken dat we tot 11.00u zouden wachten. Ja hoor, Afrikaans kwartiertje ;).. Het is namelijk normaal om drie uren te wachten om te horen of iets wel of niet doorgaat! Nou goed, rond 10.00u belde Sofie en zeiden de medewerkers dat ze er over een half uurtje waren. Na een half uurtje waren ze er nog niet, waarnaar we nog eens belden. Het was toch afgelast! Dus besloten we met de tweede ronde van de schoolbankjes mee te gaan. Toen de jongens terugkwamen om 11.00u besloten we dus om met hen mee terug te gaan naar een ander dorpje. Net toen we instapten belden de medewerkers van de Mobile Clinic weer dat we toch meekonden. Ja, nu hoefde het niet meer en gingen we mee schoolbankjes brengen. Het was een ontzettende ervaring! We reden met een soort truck door de wijken. Alle mensen wisten wat we kwamen doen (aan de truck en onze huidskleur) en zwaaiden naar ons vanaf de maïsvelden, kinderen renden achter ons aan, floten naar ons en wilden bij ons komen. Uiteindelijk kwamen we bij een heel mooi schooltje aan, gebouwd door de stichting Give the Children of Mpongwe a Future. Kinderen kwamen nieuwsgierig kijken wat we kwamen doen en wilden helpen. Daarna volgde ook volwassen mensen en iedereen kwam helpen om de schoolbankjes uit te laadden. Het was heel leuk om op zo’n manier kennis te maken met de bevolking. In het begin kwamen twee jongetjes bij de waterpomp staan die een beetje nieuwsgierig naar ons stonden te kijken. Ik zag eentje pompen en de andere snakken naar water, wat uitbleef. Dus liep ik erop af en gaf mijn flesje met bevroren water (ik, verwende blanke). Ik begroette de jongens in Bemba, de taal wat de arme boeren in Zambia spreken. Ik gaf mijn flesje water aan de grootste, die gewoon vodden om zijn lijf had, een t-shirt kon ik het niet noemen. Hij nam een slokje water en gaf het flesje water beleefd terug. Ik attendeerde hem erop dat hij het andere jongetje ook iets kon geven. Dat deed hij. Daarna knielde ze allebei en gaven het flesje terug. Daarop haalde ik alle flesjes die ik had en gaf ze aan hen. Ik had zo met ze te doen. Ze hadden niet eens fatsoenlijk kleren aan, geen schoenen, ingevallen oogjes, vliegjes rond de ogen en noem maar op. En wie weet hoever ze kwamen gelopen voor het water. Dit was mijn eerste echte emotionele contact met de kindjes, net zoals dat zo vaak op tv te zien is. Ik heb dan zo’n ontzettend zwak voor zo’n jongetjes! En ik geef alles af wat ik heb.. Maar goed, daarvoor zijn wij verwende blanken :D.. Toen we terugreden zagen we hetzelfde tafereel langs de weg gebeuren. Ook kleine kindjes, die met broertje of zusje op de rug, water op het hoofd, brandhout in de hand, zonder schoenen, kilometers liepen om het een of het ander te halen, terwijl papa en mama op het land aan het verbouwen waren, in de brandende zon, 16 uren per dag. Het liefste stop je en neem je iedereen die langs de weg loopt mee, maar dat kan ook niet. Het mooie en echt Afrikaanse om te zien vond ik de ossenploegen. Geweldig! Echt ouderwets met een jongetje erachter die de ossen aanstuurde met een zweep. Een geweldige dag voor mij..

Zaterdag 12 december gingen we naar Zuid-Afrikanen die twee uur rijden verderop woonden. Ze hadden Ralf en Raymond uitgenodigd om te braaien bij hen en daarmee ook ons, vonden Ralf en Raymond :d.. Na lang twijfelen besloten we mee te gaan. Ik vond het een beetje moeilijk, omdat zij ons ook kwamen ophalen, dus konden we niet naar huis wanneer we wilden en moesten we waarschijnlijk daar blijven slapen. Dat zag ik niet zitten, maar goed. We besloten met z’n allen dan maar mee te gaan. Rond een uur of 2 werden we opgehaald ’s middags. We mochten weer achter in het ‘bakkie’. ’s Nachts had het weer eens gestormd dus we moesten door allemaal smerige modderpoelen. Toen we na twee uren aankwamen waren Ward, Raymond en ik blij dat we geen breuken hadden opgelopen van het stuiteren achter in de bak :D.. Gelukkig is de regen en storm trouwens meestal ’s nachts en overdag is het weer zo droog en dor als het maar zijn kan. De mensen op het feest waren allemaal erg aardig en niemand was verbaasd dat wij erbij waren. Het waren allemaal Zuid-Afrikanen die voor de maïsteelt naar Zambia waren verhuisd. Allemaal werkten ze of bezaten ze een stuk grond op de grootste boerderij van Zambia, zo groot als Limburg en Brabant bij elkaar. Het was grof gezegd gewoon één groot zuipfestijn. Toen we net aankwamen zagen we schapen achter in een ‘bakkie’ zitten, later was ene gaar gebrand aan het spit. Ik moest dat ook eten en ik moet zeggen, schapenvlees is heerlijk! We dronken bier, Amarula, sterke drank, vanalles en kletsten met iedereen over Zuid-Afrika, Zambia, de cultuur, de apartheid, vanalles. Het was erg gezellig. Maar rond half 12 werd ik toch moe, Jennifer en Raymond ook en besloten we te gaan slapen. In het begin van de avond was er een kamer voor Jennifer, Ricky en mij gereserveerd. Maar onderhand was deze al bezet door een stel. De man had ook nog een grote slaapkamer met 5 slaapplaatsen, daar wilden we eerst niet, maar nu moesten we wel. Dus gingen Raymond, Jenn en ik in het grote bed liggen. Later kwamen Ralf en Ricky en die gingen op de grond liggen. Naast ons lagen twee beren te snurken. Jenn en ik vonden het verschrikkelijk. De hele badkamer zat vol met krekels, zeker 20 centimeter groot, torren, zo groot als een handpalm en allemaal ander ongedierte. De badkamer grensde aan de slaapkamer en was niet afgeschermde met een muur of een deur, dus de dieren konden gewoon naar ons toe komen. Verschrikkelijk! Verder lag ik aan de kant van de slaapkamerdeur, fijn aan de kant, dacht ik! Opeens voelde ik dat mijn broek wat klam werd. Ik vroeg aan Jenn of dat bij die van haar ook zo was (aangezien we met onze kleren het bed in waren gedoken). Jenn had er ook last van en na gevoeld en geroken te hebben kwamen we tot de conclusie dat het hondenpis was, van één van de vier vieze honden van Eny. Verschrikkelijk! We lachten en wisten eigenlijk niet goed wat we ermee aan moesten. De jongens wilden slapen en we hoorden om de haverklap dat we stil moesten zijn. Maar Jenn en ik kwamen niet meer bij van het lachen om alle viezigheid en de situatie waarin we beland waren. Ik denk dat we op een gegeven moment toch in slaap gevallen zijn, want opeens werd ik wakker van gekletter in de gang. De slaapkamerdeur stond open, dus ik hoorde het duidelijk. Ik schakelde meteen: Eny die aan het plassen is! Dus ik dook meteen onder de dekens in en verschool me onder die gore stinkende pisdeken. Ter hoogte van mijn tenen begon hij over Ralf heen te pissen, die niks in de gaten had. Ricky, Jenn en ik begonnen te schelden waarop hij zijn excuses aanbood en wegliep. Toen was natuurlijk het hek van de dam! Ik wilde ruilen van plaats met Raymond die we wakker maakten. Ik vond het zo vies allemaal, te goor voor woorden! Ik wilde acuut naar huis, maar ik wist niet hoe! De jongens werden nog bozer dat wij moesten gaan slapen, maar Jenn en ik konden echt niet meer slapen. We hielden de wacht en Ricky had de zaklamp. Ralf boeide het nog steeds niet dat over hem heen gepist was.
De hele nacht waren we wakker, en we waren zo blij toen de andere twee mannen op onze kamer opstonden om 05.30u en ons naar huis wilde brengen! We moesten eigenlijk wachten tot 9 uur om naar huis gebracht te worden, maar dat zagen wij dus echt niet zitten! Ik was nog nooit zo blij geweest dat ik ergens weg kon. ’s Morgens kwam Eny nog eens ‘sorry’ zeggen, met een blik bier in zijn handen. Niet te geloven! Ik kon hem wel aanvliegen! Maar iedereen moest erom lachen. We zaten uiteindelijk met 7 mensen en allemaal koffers en jachtgeweren in het ‘bakkie’. Maar dat kon me ook niet schelen! We kwamen in ieder geval thuis. Bij ons had zich een zwarte Zambiaan gevoegd, maar na 5 minuten was ik er al achter dat hij het persoonlijke hulpje van een dikke witte Zuid-Afrikaan was. Hij schreeuwde om de haverklap en snauwde hem af. Ik vond het gewoon zielig voor de Zambiaan. Iemand moet zich gewoon zo af laten snauwen om aan geld te komen! Verschrikkelijk..
Na twee uren waren we thuis. Ward en ik praatten nog wat over de nacht, waar hij niks van mee had gekregen aangezien hij op de bank in de woonkamer lag, en gingen daarna slapen tot ’s middags laat. Na een nacht geen slaap, was ik er ook echt aan toe. Verder hebben we die hele avond niks meer gedaan en ons belabberd gevoeld van het eten, drinken en de ranzigheid in het huis haha..

Maandag 13 december mochten we er weer fris en fruitig uit, want we gingen schoolbankjes wegbrengen. In ieder geval; Ricky en ik gingen mee naar Luanyanshy, waar we tot dan toe nog niet waren geweest. Simon ging ook mee en met z’n drieën zaten we weer in het ‘bakkie’. Het blijft leuk, het rondreizen in het ‘bakkie’. Ook krijg je elke keer Zambiaanse chauffeurs mee, die altijd even aardig zijn. In Luanyanshy staat nog echt het oude schooltje, ernaast heeft de stichting een nieuwe gebouwd. Het oude schooltjes is echt zo als op tv, gewoon vier muren. Geen dak, geen deuren, geen ramen, helemaal niks. In het lokaaltje liggen stukken hout, die bedoeld waren als ‘stoelen’. Voor mij was het heftig om te zien, maar wel de keiharde realiteit. Het schooltje dat de stichting ernaast had gebouwd, was prachtig om te zien. Heel simpel en eenvoudig, maar voor Mpongwe erg luxe. Twee grote lokalen, met dak, ramen en deur, een lerarenkamer en zelfs een wc omdat de cholera-epidemie van Zimbabwe naar Zambia aan het trekken is. Het is echt een mooi schooltje om te zien! En van ons kregen ze dan de schoolbanken erbij. Het is ook geweldig om te zien hoe het dorp uitloopt, als ze jou zien aankomen met je ‘bakkie’. Vooral de leraar, die staat als eerste naast de school om te kijken wat ging gebeuren. In Mpongwe staat een leraar vaak voor een klas van 90 leerlingen, want er is een lerarentekort. Vaak overlijdt de leraar dan ook nog aan Aids en dan is er helemaal niemand meer die les kan geven. Naar schoolgaan is voor de kinderen van Mpongwe een luxe, die hun ouders zich vaak niet kunnen veroorloven. De kinderen moeten werken, werken en nog eens werken. Want anders is er geen eten. En als ze naar school kunnen, zijn ze ontzettend blij en leergierig, kunnen wij misschien nog eens wat van leren :D.. De stukken die we door Mpongwe rijden zijn elke keer weer geweldig, het uitzicht, de mensen, de brandende zon, de sfeer die je zelfs proeft als je achterop een auto zit. Het is geweldig.. Ricky en ik waren al lekker vroeg terug bij het Guesthouse en we besloten naar het marktje te lopen, ondertussen al een hobby van mij. Het marktje was de plaats met zóveel sfeer. Zo charmant en romantisch.. We aten maïs en keken weer eens onze ogen uit. Daarna zijn we teruggelopen naar het Guesthouse, waar we weer moesten bijkomen van de wandelingen in de brandende zon. Toen Ward, Jenn, Raymond, Ralf en Sofie terugkwamen van het boodschappen doen, lunchte we met z’n allen en besloten Ricky, Jenn en ik nogmaals naar het marktje te lopen. Nu, om een chitenge te kopen, traditionele Afrikaanse kleding wat de vrouwen gebruiken om eten in te doen, als rok, of als stof om de kinderen op de rug te binden. Wij gingen het gebruiken om een tas te laten maken. Er kwam een meisje wel vaker op het Guesthouse en zij verdiende haar geld ermee. Je mocht zelf een ontwerp tekenen en stof kopen en zij maakte het vervolgens precies zoals je vroeg. Ik vond mooie stoffen en voor oma ook eentje om een tafellaken te maken :D..

’s Avonds aten we wat en besloten we te gaan pokeren. Aangezien er storm op komst was. Maar wat wil je zonder pokermunten, stroom etc. Wij gebruikten dopjes van de Castle, Fanta, Cola en Sprite en gaven gewoon alles een waarde. We hadden lampjes die je kon opladen met zonne-energie, dus die moesten we maar gebruiken, want stroom was er weer eens niet. Maar het was hartstikke gezellig!!

Dinsdag 14 december reed Sofie ’s morgens vroeg al weg op haar fiets. Het dochtertje van Mevis (de poetsvrouw) was bevallen van een dochtertje. Dus Mevis was oma geworden en Sofie ging haar kleinkind bewonderen. De dochter van Mevis is pas 14 jaar, maar dit is in Zambia niet echt schokkend. Wij gingen later naar het ziekenhuisje omdat we een rondleiding zouden krijgen van een geneeskundestudente die er stage liep, zij kwam uit Nederland. We gingen naar de Labour- en Maternityward en daarna was de tijd al om, moest zij werken. Dus toen nam Sofie het over en ging met ons het hele ziekenhuisje door. Bij de afdeling waar kinderen werden geboren kwam een Duitse zuster naar ons toe en vroeg of we iets wilden zien wat zij ook nog nooit had meegemaakt. Er was een baby’tje geboren met alle ingewanden eruit. Deze lag in de desinfectieruimte, die meer uit zag als een afwaskeuken. Het baby’tje was verpakt in geel papier. Het moest bewaard worden totdat de ‘schoonouders’ van zijn moeder het gezien hadden. Want in sommige culturen was dit namelijk een vorm van hekserij, en krijgt het meisje was de baby heeft gebaard de schuld hiervan. Hier zal zij later voor moeten boeten. Dus nu bewaren ze het kindje en laten het aan de schoonfamilie zien met het verhaal dat zij (de artsen en verpleegkundigen) dit ook niet hadden kunnen voorkomen en niet kunnen helpen. Verschrikkelijk toch!
Verder schrok ik echt van hoe het ziekenhuis uit zag. Het was echt smerig overal! Mensen die over elkaar lagen. Gelukkig was de kinderafdeling niet vol :D.. Er lagen maar een paar kinderen in de smerige, oude, versleten bedden.

Woensdag 15 december gingen we naar Majeeri. Daar ligt een voormalig lepra-centrum waar nu een non eten geeft aan kinderen die dat thuis niet krijgen. De ouders zijn meestal te arm om de kinderen eten te kunnen geven. Dus zij krijgen daar de middag. Als ze geluk hebben, mogen ze dan de rest van de dag daar spelen met de andere kinderen. Als je pech hebt, moet je snel eten en erna weer terug naar het land waar je ouders werken, om daar tot ’s avonds laat door te werken. Wij gingen daar die dag heen, met een koffer gevuld met kleren en speelgoed. Maar eerst gingen we even naar de installatie van een waterpomp kijken. Het wilde niet zo goed lukken allemaal en ze waren er al een hele tijd mee bezig. We hebben daar even staan kijken en daarna reden we door naar Majeeri. Niemand was op de hoogte van onze komst, dus de kinderen stonden aardig verrast te kijken. Ik was al meteen verliefd :D.. De begeleidster werd erbij geroepen en er werd verteld wat de bedoeling was. Zij vond het (volgens mij) prima dat iemand zich met de kinderen bezig hield, want ze zag er niet uit alsof zij er zin in had! In het begin waren de kinderen nog wat verlegen, maar langzaam werden ze toch nieuwsgierig en kwamen ze allemaal eens kijken. We deelden ballonnen uit aan iedereen en waren spelletjes aan het verzinnen die we konden doen. Er kwamen steeds meer kinderen uit de buurt kijken, totdat er 40 kinderen ofzo waren. Na de ballonnen deden we Afrikaanse spelletjes, maar ook Nederlandse spelletjes (hoofd-schouder-knie-teen). Ook de ‘oudere’ kinderen van een jaar of 14 deden mee, met zoontje of dochtertje. Als je zag wat voor kleren ze aanhadden, het waren niet eens kleren te noemen. De allerkleinsten hadden niet eens een broek aan en bij de ouderen was het t-shirt meer een gatenkaas. Na uren spelletjes gespeeld te hebben, gingen we in de eetzaal kleuren. Dat was een verassing voor hen. Wij legden stiften en kleurplaten op elke tafel. Ze kwamen binnen en dan die gezichtjes… zo leuk! Mama, papa en Jill; bedankt! Zij hadden voor alle spullen gezorgd! Tijdens het kleuren ging ik kijken wie nieuwe kleren nodig had. Het liefste had ik ze allemaal wat nieuws gegeven, maar we hadden te weinig kleren voor het aantal kinderen. Dus ging ik maar eerst een kijken wie niks aan had. Eén voor één kwamen de kinderen mee naar buiten en trokken het nieuwe aan. Door het dolle heen, vooral de ouderen, om het feit dat ze eindelijk eens wat ‘nieuws’ hadden en daarbij ook nog modern :D.. Ik vond het geweldig om te zien! De meeste kinderen bleven ook de hele tijd bij je in de buurt. Ze aaiden je, zaten aan je haren… Helaas waren er inderdaad niet genoeg kleren voor iedereen, maar ik denk dat we het toch wel mooi verdeeld hebben. Op het einde van de dag waren we alle vier kapot van het rennen, spelen, maar ook de warmte. We reden met ‘bakkie’ naar de doorgaande weg en daar sprongen we ervan af. We liepen naar de waterpomp, twee kilometer verder om te kijken hoever ze daar waren. Hoe denken jullie dat het uit heeft gezien, vijf blanken met traditionele Afrikaanse kleding, en een groot koffer bij zich. De lokale bevolking liep achter ons aan en vooral Ricky en Sofie (de twee blondjes) hadden het zwaar te verduren. De waterpomp wilde niet echt lukken en om de één of andere reden (die ik nu niet meer weet) konden we niet meteen terug naar Mpongwe, terwijl er weer storm op komst was. Sofie en ik besloten om te gaan liften. Dit had ik niet alleen besloten! Het was dat Sofie zei dat het veilig was, anders hadden we dat niet gedaan. Maar we moesten echt snel in Mpongwe zien te komen. Na een aantal mislukte pogingen, kon de chauffeur toch met ons mee naar huis rijden. Na nog geen vijf minuten thuis aangekomen, brak de hel los! Ik bracht daarom de meeste tijd ’s avonds door op mijn kamer met mijn leesboek en zaklamp. Want stroom was er ook bijna nooit :D..
Woensdag begon het me langzamerhand te kriebelen om naar huis te gaan. Nog minder dan een week en ik was weer thuis!

Donderdag 16 december zijn we de rest van de spullen gaan uitdelen in de kleine dorpjes. Een ‘dorpje’ bestaat uit zo’n vijf hutjes met een klein erfje waar kippen wonen. We wandelden de dorpjes in en de ouderen schreeuwden op de kinderen om van het land af te komen. Alle kinderen die in die dorpjes wonen, werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat op het land in de brandende zon. Ze kwamen allemaal van het land afgerend om te kijken wat er aan de hand was. Van ons kregen ze kleurplaten met stiften. Eerst praatten we met ‘de chief’ en legden uit wat we kwamen doen, hij keurde dat goed en riep vervolgens de kinderen van het platteland af. De meeste van hen hadden dit nog nooit gezien en snapten maar niet dat kleuren aan een wit vel papier kunnen blijven zitten. Ze amuseerden zich in ieder geval kostelijk en lachten. Ik kon er nog wel een week blijven. Schitterend om die kinderen zo blij te zien! Zo gelukkig met iets wat in deze streken helemaal niets voor stelt. Sommigen vertelden hoe ze heetten en hoe oud ze waren. Er waren kinderen bij van 7 jaar die hele dagen op het land werkten. En de mensen zijn zo vriendelijk! Er wordt niet meteen gevraagd wie je bent en wat je komt doen. Nee, er worden krukjes gepakt en gevraagd of je thee wil drinken. Daarna zullen ze eens voorzichtig vragen wie je bent en waarvoor je gekomen bent. Maar het mag echt niet overkomen alsof je niet gewenst bent, want dat is niet netjes. We kwamen in een dorpje waar een man tegen ons begon te klagen over botpijnen. Of wij niet iets wisten. We kwamen erachter dat de man 91 jaar was. Dus die botpijn kwam waarschijnlijk van de ouderdom. Toen we vervolgens het erf verlieten, kwam hij ons uitzwaaien waarna hij weer aan het werk ging: op zijn knieën door de maïs. Kunnen jullie je voorstellen waar deze meneer botpijnen van had! Dit is een volk dat je wel MOET bewonderen. Na de dorpjes besloten we naar het ziekenhuisje te gaan met Lune, de vriendin van Raymond. Daar zijn we ook nog spulletjes gaan uitdelen aan de kinderen en moeders die net bevallen waren. Ze waren allemaal erg blij met de knuffeltjes. Er was zelfs een meisje van 13 die net bevallen was. Na het ziekenhuisje besloten we nog naar het marktje te gaan, om daar de laatst overgebleven spullen uit te delen. En ook hier was weer iedereen blij ermee. Al met al viel me toen pas op hoeveel spullen we eigenlijk wel niet hadden meegenomen en uitgedeeld. Echt geweldig! Dank je wel papa, mama en Jill!!

Vrijdag 17 december hadden we afgesproken met Jaco en Marie, we hadden ze leren kennen op de braai de zaterdag ervoor. Hij zou ons met zijn vrouw en kinderen komen halen en meenemen naar Lake Kashiba. Een supermooi meer. We hadden de bikini’s aangetrokken en stonden al vroeg klaar. Toen hij was aangekomen veroverden we ieder een plekje in zijn ‘bakkie’. De rit duurde weer lang, want in Zambia ligt ook niet alles dicht op elkaar. Je moet al gauw een twee uur rijden over hobbelige wegen wil je ergens komen. Nadat we de ‘hoofdstraat’ hadden afgereden, moesten we een zandweg in. Maar het had de hele nacht flink geregend, kunnen jullie je voorstellen hoe wij achter in het bakkie uit hebben gezien. Maar goed, de ritten zijn altijd de moeite waard. Hoe dichter we bij het meer kwamen, hoe meer modder er op de wegen lag. En toen we uiteindelijk bijna naast het meer staan moesten, moesten we door polen van een halve meter hoog rijden. Ook dat is leuk om te doen :D.. En Jaco scheurde maar met die bak. Maar ook de bevolking loopt dus door die polen heen, op de blote voeten met etenswaren op het hoofd, erg zielig. Bij het meer aangekomen picknickte we eerst met z’n allen. Marie had pannenkoeken gebakken en wij hadden fritas gekocht. Wel moesten we Jaco nog uitleggen wat het was, want hij kwam niet echt in aanraking met de zwarte bevolking, dus dat wist hij niet. Het meer (zo groot dat we niet naar de overkant konden zwemmen) was in een maand tijd meer dan tien meter gestegen. Kunnen jullie je voorstellen hoeveel daar uit de lucht was gevallen de afgelopen maand. Daarna nam Jaco ons nog mee naar de boerderij waar hij werkte. Dit was de grootste van Zambia. Ik weet niet meer hoeveel hectare land ze hadden, maar volgens mij was hij zo groot als Limburg. En daar hadden ze allemaal moderne technieken om maïs te telen. Ze waren ook ontzettend trots op het feit hoe hoog de maïs stond. We dronken wat bij het huis van Jaco en Marie, dat zich ook op het terrein bevond. De buurman (volgens mij heette hij Arie), was een hoge pief van de boerderij. Hij had een zwarte werkster in dienst, die blijkbaar zijn tennisschoenen niet goed genoeg had gepoetst. Dus hij ging nog heftig tekeer tegen zijn werkster waar wij bij waren. Dit tafereel heb ik al vaak gezien, maar ik raak er niet aan gewend. Bij veel blanken worden de honden beter behandeld als de zwarten en ze vinden dit ook doodnormaal. Toen we thuis afgezet werden door Arie en Jaco, gaven we ze zakjes drop, waar we natuurlijk al veel over opgeschept hadden. Bij de boerderijdrop trok hun gezicht wit weg, dat wij zo’n troep konden eten! Ze vonden het afgrijselijk. Terwijl ze de schoolkrijtjes wel lekker vonden en graag zo’n zak opgestuurd hadden. Die avond zijn we op tijd naar bed gegaan, want de volgende morgen moesten we rond een uur of 5 op voor het vertrek naar Ndola, waar we de bus moesten hebben. Die avond zagen we nog de machtigste zonsondergang die ik ooit heb gezien. Alles kleurde oranje/paars/rood.. We maakten foto’s en die zijn ook nog geluk!

Zaterdag 18 december waren we klaar voor vertrek. Ik had me erop verheugd, want nu zoude we ook weer snel in Nederland zijn. Maar van de andere kant vond ik het ook verschrikkelijk alles achter te laten hier in Afrika.. Maar goed, Nederland kwam dichterbij!
We vertrokken ’s morgens al heel vroeg en na een uur waren we bij de bus aangekomen. Die was vol, dus we zagen het al gebeuren dat we uren moesten wachten tot de volgende.. Maar gelukkig zat het ons eindelijk eens mee, en kwam de tweede bus direct en was die ook meteen vol zodat we konden vertrekken. ’s Avonds kwamen we aan in Lusaka en belden we Thomas, onze betrouwbare taxichauffeur die me zo op het hart drukte dat ik hem moest bellen bij terugkomst. Volgens mij had hij niet verwacht, want toen hij mijn gebrekkige begroeting in het Bemba via de telefoon hoorde, klonk hij blij. Hij kwam ons meteen halen, reed met ons naar de winkel en bracht ons daarna naar hetzelfde Guesthouse, Zebra. Daar sliepen we een nachtje en ook Thomas kwam ons de volgende morgen weer om half zes halen om naar het vliegveld te gaan. Alles ging gelukkig goed! De vliegreis duurde twee en een half uur waarna we landde in Johannesburg. Hier stond Agnes ons op te wachten. Hartstikke kapot van het reizen en niet slapen doken we de auto in en wilden we zo snel mogelijk thuis zijn. De zaterdag- op zondagnacht was Ricky namelijk wat ziek geworden. Waarschijnlijk had ze wat verkeerds gegeten, want ze heeft de hele nacht moeten overgeven, echt zielig! Aangezien we met z’n vieren op één kamer sliepen, was er voor mij van slapen niet veel terecht gekomen. Maar dat maakte niet uit! We waren nu toch bijna in Pretoria en daar ging ik ’s middags slapen, omdat ik hoofdpijn had van de moeheid. Ook mijn koffer pakte ik al in, want de dag erna zouden we vertrekken! Ricky en ik kwamen erachter dat we spullen misten. We hadden die niet mee naar Zambia genomen, maar op mijn bed gelegd en in haar kast en toch waren ze weg. Naarmate we zochten kwamen we erachter dat er steeds meer weg was. We gingen naar de huisbazin en meldde dit. Bleek dat alleen de poetsvrouw binnen was geweest, Joyce, en zij waarschijnlijk al die dingen had meegenomen. Ze had het goed verspreid. Ze had dingen uit mijn kast, uit Ricky’s kast en van mijn bed afgepakt en meegenomen. Des zocht met ons, maar er was echt niks te vinden! Mijn lievelingskleren zaten er ook bij … Ricky was voor te verrekke en ik was ook wel kwaad, maar van de andere kant had ik geen zin in aangifte en die zeik. Ik wilde genieten van mijn laatste dag. Des, de huisbazin, verzekerde ons dat het goed zou komen en we geld zouden krijgen. Ricky en ik schreven alles op papier wat we kwijt waren en dat zouden we vergoed krijgen van Joyce, Des zou dit geld innen. ’s Avonds gingen we nog een keer uit eten bij Spur, ons favoriete restaurant. Helaas gingen Ricky en Ward eerder terug naar huis, want ze voelden zich echt niet goed! Jennifer, Magdel, Caroline en ik hadden nog een te gekke avond en daarna kwam het afscheid. Ik vond het verschrikkelijk om afscheid te nemen. Je kunt gerust zeggen dat je vrienden bent geworden met mensen waar je vier maanden lang dagelijks contact mee had en leuke dingen mee hebt gedaan. Magdel beloofde me naar Nederland te komen, aangezien haar vader toch per se naar André Rieu op het Vrijthof wilde. Ik heb haar al een slaapplaats aangeboden :D..
Na het afscheid dronken we nog wat en gingen we op tijd slapen.. Want de dag erna zou een lange worden met veel reizen.

Maandag 21 december was het dan zover.. We zouden terug naar huis gaan! Eerst nodigden we Colletta en Agnes uit om met ons te gaan lunchen, voor alles wat ze hadden gedaan. We aten onze buik hartstikke rond bij The Bean Bag, onze favoriete broodjestent, want de rest zou alleen nog bestaan uit vliegtuigvoedsel :).. Het was erg gezellig! We praatten over alles wat we hadden meegemaakt en geleerd.. Terug bij ons huis stonden alle koffers al klaar.. We moesten afscheid nemen van onze lieve huisbazin.. We hadden foto’s van ons en haar ingelijst en dit als cadeau gegeven. Spontaan stonden haar de tranen in de ogen, wat mij ook wel wat deed. Ze verontschuldigde zich nogmaals voor alles wat gebeurd was, terwijl dit niet echt nodig was. We bedankte haar voor de geweldige tijd en beloofde haar nog te schrijven. En als we wilden terugkomen voor het WK, moesten we haar bellen, want dan konden we terug naar ons huisje, erg lief!!
We namen afscheid van Des, Paul en haar vader en vertrokken naar Johannesburg. Daar aangekomen moesten we ook afscheid nemen van Agnes en Colletta. Ik vond het allemaal even jammer, maar goed, ik had een goed vooruitzicht! Toen had ik nog een heel gedoe met mijn koffer. Die mocht 30 kg wegen, maar die van mij was 48 kg. Dus heb ik allemaal spullen uitgedeeld aan de mensen die daar poetste enz. Ze waren er zo gelukkig mee! Uiteindelijk mochten we toch mee en gingen we op weg naar het koude kikkerland.

Ik keek nog een laatste keer naar buiten, blij maar ook verdrietig. Want ik moest alles achterlaten. Alles, waar ik zo verliefd op was geworden! Niet alleen in Zuid-Afrika, maar ook in Mozambique en Zambia heb ik mijn hart verloren. Ik wist niet dat mijn hele reis me zo goed ging bevallen! Vooral in Zambia voelde het als thuiskomen. Hetgeen waar ik al jaren van droomde, was nu bijna om.. Maar wat heb ik genoten! En wat is dit me veel waard geweest. Ik ben blij dat we ons nooit uit het veld hebben laten slaan door alle tegenslagen, anders waren we nooit in Zambia beland!! De cultuur, de sfeer, de natuur, de geschiedenis, de armoede, de rijkdom, de zwarten, de blanken, de kindertjes, alles… Ik heb genoten, van elk moment, van iedere seconde. Als ik terugkijk zie ik één blije periode.. En wat kan het mij schelen dat er ingebroken is?! Dat politie mij beroofd heeft van mijn geld?! Ik heb iets gedaan, waar ik mijn hele leven al van droomde.. En waar ik mijn hele leven van zal blijven dromen..
YOU CAN LEAVE AFRICA.. BUT AFRICA NEVER LEAVES YOU!!

De reis was vermoeiend.. Want vanaf de zaterdag ervoor had ik nog niet fatsoenlijk geslapen. Afgelopen nacht had ik van de zenuwen ook niks geslapen. In het vliegtuig zat ik tussen Jennifer en Ricky in, slapen lukte me niet. De tussenstop in Egypte duurde naar mijn idee, veel te lang, want we zaten op hete kolen om weer terug bij iedereen te zijn. Toen we geland waren, moesten we met een bus naar de gate reizen. Ricky op slippers, omdat haar dichte schoenen ook gejat waren door de poetsvrouw. Buiten gekomen wisten we niet wat we meemaakte, het vroor! Het voelde alsof ik in Siberië zat. Toen we bij de gate waren aangekomen, snelden we om een karretje te halen voor de bagage, we hoorden de familie al roepen. Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest in mijn leven.. Waarvoor? Ik weet het niet! Buiten zag ik mijn vader meteen.. Wat had ik die gemist! Hij was er met (natuurlijk) Ken en mijn oma. Maar ook mijn lieve vriendinnetje Cindy was meegekomen en Angeline en Raymond, vrienden van mijn ouders. Geweldig!! Ik kon uren knuffelen en huilen dat ik weer bij ze was. Thuis renden mijn broertje, die net geopereerd was, en mijn moeder al naar buiten. Wat was het fijn om thuis te zijn! Die middag/avond kwamen nog vrienden van mijn ouders langs.. Ik genoot van een kop soep en een broodje.. Echt Hollands :).. Ik was kapot, de hele avond en die eerste nacht in mijn bedje was ook heerlijk haha. De dag erna was Ken al de hele dag geheimzinnig aan het doen. En ik zou ik niet zijn, als ik wist dat iets stond te gebeuren haha.. ’s Avonds werd ik naar Valkenburg geloodst door Ken onder het mom van een warme chocomel drinken op mijn werk. Maar we liepen naar onze stamkroeg ’t Hoekje en op de deur plakte al een poster met ‘Welkom Tessa’. Binnen aangekomen stond ACDC op en hoorde ik van alle kanten geschreeuw. Ik zag het niet meteen, maar aan de rechterkant hadden mijn vrienden zich opgesteld met een taart. Geweldig! Ook alle vrienden van Ken waren gekomen en volgens mij stonden een dertig man sterk mij op te wachten om me welkom te heten. Ik, huilebalk eerste klas, hield het natuurlijk niet droog.. Wat heb ik geweldige vriendjes en vriendinnetjes! Het werd een hartstikke gezellige, zatte avond.. Want ja, de Hollandse Brand was ik niet meer gewend :D..

Ik wil iedereen bedanken voor alle steun, berichtjes, kaartjes en telefoontjes die ik heb gekregen terwijl ik aan de andere kant van de wereld zat. Ik vond het geweldig om te zien en te horen hoeveel mensen mijn verhalen lazen en hierop reageerde! Het was voor mij elke keer weer een feest berichtjes van het thuisfront te krijgen.. Dank jullie wel allemaal!!!


  • 14 April 2010 - 17:42

    Raymond:

    Wanner ga je weer, ik verveel me kapot.
    kan ik eindelijk weer iets lezen!!!!!!
    dikke poen

  • 14 April 2010 - 17:42

    Raymond:

    Wanneer ga je weer, ik verveel me kapot.
    kan ik eindelijk weer iets lezen!!!!!!
    dikke poen

  • 14 April 2010 - 17:42

    Raymond:

    Wanneer ga je weer, ik verveel me kapot.
    kan ik eindelijk weer iets lezen!!!!!!
    dikke poen

  • 28 April 2010 - 00:44

    Jenn:

    aaah als ik dit lees krijg ik bijna tranen in mijn ogen..dan wil ik terug. Je vergeet trouwens dat die tor in eny's kamer klonk als een helicopter die overvloog, en dat er op een gegeven moment een heel eng geluid in de badkamer was:P en dat ricky, onze held, ging kijken wat het was..OMG die nacht zal ik nooit meer vergeten..helaas..:P

    goed gaan!!xx

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Verslag uit: Zuid-Afrika, Pretoria

Tessa

Actief sinds 27 Juni 2009
Verslag gelezen: 2710
Totaal aantal bezoekers 22906

Voorgaande reizen:

14 Augustus 2009 - 22 December 2009

Going' to South-Africa!

01 December 2009 - 21 December 2009

Ontwikkelingswerk in Zambia

Landen bezocht: