Een meesterlijk ritje in de kabelbaan!

Door: Tessa

Blijf op de hoogte en volg Tessa

28 September 2009 | Zuid-Afrika, Pretoria

Sanbonani vrienden!

Mijn laatste werkweek op mijn lieftallige afdeling Pediatric Surgery Ward zit erop. Ik vond het wel jammer, want het begon net leuk te worden. Ik stond alléén op een zes-persoonskamer en ik moet zeggen.. Het beviel me goed! Laat mij maar ravotten met de kinderen, die bij mij wel mogen ‘luchten uit de cellen’. Kinderen blij, ik blij, want zo krijg ik ook mijn dag om. Eén ding weet ik zeker; in Afrika hoef je niet hard te werken.
Maandagmorgen kwam ik aan op het werk. Iedereen gestresst, vandaag was namelijk de drukste dag, na het weekend. Poeh, allemaal zuchten en ze wisten niet hoe ze het gingen redden. We stonden met 24 verpleegsters, op 29 patiënten!!!!! Waar hebben we het over?? Ik mocht naar kamer 1, de kamer met de ‘langst zittende gevangene’, namelijk 3 maanden nu. Het meisje, Noxolo, is al 3 maanden aan het wachten op een operatie die steeds maar uitgesteld wordt. Dus, dan moet je gewoon wachten in je cel! Mijn vriend Nusu-Nusu ligt ook op deze kamer en ik blij.. Want Nusu-Nusu is Engelstalig opgevoed en kan mij helpen bij de vertalingen. Dus mijn dag verliep soepel. Van die 24 verpleegsters zijn er rond 12 uur nog maar 15 over, want de rest is hem gesmeerd. Waarheen? Ik weet het niet.. Het zijn meestal ook nog studenten die er de eerste dag zijn. Ik stond met nog een meisje, die hem dus ook gesmeerd was. Ik had in principe de drukste kamer, en miste wel een paar handen. Daarbij irriteerde het me gewoon dat ze zonder wat te zeggen op ‘teatime’ was gegaan om 9.00u en het nu onderhand 11.30 was en ze nog niet terug was. Ter info: je teatime is maar 30 minuten, geen 2,5 uur! Dus ik naar sister Steenkamp toe (één van de twee witte zusters) en vroeg haar met hoeveel verpleegsters we op kamer 1 stonden. Met twee natuurlijk! Dit zou ze me niet alleen laten doen. Ik vroeg haar waar ‘mijn partner’ was dan. Dat wist ze ook niet! Maar meteen erna kwam er een heel verhaal achteraan dat dit niet de manier was hoe het moest gaan en dat studenten altijd alles probeerden. Er zijn er zelfs, die je ’s morgens ziet, dan 11 uren niet en rond 18.00u nog even terugkomen, net alsof ze de hele dag hebben gewerkt. Niet te geloven! Ze boog zich naar me toe en wilde niet dat anderen (zwarten) het hoorde, maar ze fluisterde me toe dat het meer de ‘black work-culture’ was en niet die van ons witte! Ik bedacht me dat en inderdaad, haar zag ik ook altijd werken op een tempo dat me bekend voor komt. Onze afdelingsmanager ook. Sommige zwarte collega’s van me rennen ook hard, maar de meesten niet. Maar het hoeft ook niet, ze krijgen dat niet geleerd hier! En toen ik vroeg aan een andere student of zij ook met competenties werkte, keek ze me verbaasd aan. Nee, ze moest gewoon aanwezig zijn en dat laten aftekenen. Dus je hoeft niet eens iets te leren als ‘zuster-studentje’. Nou goed, het is cultuur en ergens amuseert me het ook wel om dit allemaal te zien. Alleen op het moment dat mijn eigen collega ervan door was niet. Ik ging toch gewoon op lunch, want ja, die laat ik me niet afpakken. En bij terugkomst, rond 14.30u, was mijn lieftallige collega aangekomen. Ik vroeg haar hoe haar lunch was en zonder blikken of blozen antwoordde ze dat ze ervan genoten had. Ze was dus 5,5 uur weggeweest! Mijn afdelingsmanager trouwens, is een vrouw naar mijn hart!
Als je haar ziet zou je zeggen ‘dat moet een kerel zijn’. Zo ziet ze er ook uit.
Ze is breder dan menig lid van de Softies en heeft een stem als de Kerstman die teveel zware shag heeft gerookt. Zij is iemand van aanpakken. ’s Morgens bij de overdracht staat ze meestal schaapachtig te lachen op de dingen die mijn zwarte collega’s om vervolgens te vragen waarom ze dit en dat niet hebben gedaan of vergeten zijn.
Eén dienst vorige week had ze echt haar dag niet. We liepen alle kamers na voor de overdracht. Onze lieftallige (witte) manager had overal iets op te zeggen. En het klopte! Een jongetje met een femur fractuur (gebroken bovenbeen) ligt aan een soort stellage met tractie. Maar blijkbaar heeft het kereltje de hele nacht op een zodanige manier gelegen, dat de tractie helemaal weg is. Dus waarom ligt hij dan zo? Zij legt mijn lieftallige zwarte collega’s uit dat dit natuurlijk niet kan en het kereltje dan net zo goed met een fractuur naar huis gestuurd kan worden, want zo kun je oneindig wachten op een genezing… Na dit verhaal, op een redelijk geïrriteerde, met stemverheffende toon verteld te hebben, geeft ze mij vervolgens een dikke knipoog. Want ook zij denkt dat onze opleiding in Nederland bijna hetzelfde is als geneeskunde. Nee, dat niet, maar het verhaal van de tractie wist ik dan weer wel! Op onze laatste kamer stonden we bij een jongetje van een jaar 11 of die ernstig ziek was en voor de pijn krijgt hij meermaal daags morfinetabletten. Wat lag er in een hoekje op de vensterbank? Inderdaad, zo’n 20 morfinetabletten. Nou, mijn witte afdelingsmanager woest, en terecht! Want er lopen nog 5 kindertjes rond, die die witte snoepjes zien en er wel eens van willen proeven. Hoe onverantwoordelijk! En daarbij, die tabletten zijn van het jongetje, maar heeft hij ze wel gekregen als ze daar liggen? Mijn witte afdelingsmanager had het niet meer en wilde weten wie verantwoordelijk was. Iedereen stil.. Niemand zegt iets. Witte manager nog woester.. Denkbeeldig zag ik overal stoom uitkomen..
Ze schreeuwde dat ze eiste dat iedere verpleegster met kinderen, haar kinderen naar deze afdeling moest brengen, zodat zij die kinderen eens kon verplegen op de manier hoe de moeder andere kinderen verpleegt. ‘You are all lazy!’, schreeuwde ze er nog eens achteraan, om mij vervolgens weer eens een knipoog te geven. Ik mag haar wel! Niet dat het wat uitmaakt, want mijn zwarte collega’s kijken er niet van op of om, maar mijn witte manager voelde zich wat meer opgelucht. Vrouw naar mijn hart!

’s Avonds kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik wilde naar bed gaan, dus stond op mijn kamer en kleedde me uit. Totdat ik toevallig naar mijn muur keek. Ter info: ik ben niet bang voor spinnen!! Maar wat op mijn muur zat, had ik nog nooit gezien! Ik denk niet dat het ding in mijn hand paste. Ik naar adem happen en stil de kamer uitgeslopen. Waarom stil? Alsof de spin opeens mij aanvalt ofzo? Maar goed, op de gang, met mijn broek nog in de handen wist ik niet hoe hard ik om Ward moest roepen. Ondertussen me snel bij Jenn op de kamer omgekleed die vroeg wat er aan de hand was. En Jenn is echt panisch voor spinnen, dus ik adviseerde haar niet naar binnen te gaan. Zo nieuwsgierig als ze is, moest ze toch even kijken. Die schreeuw die volgde.. Ondertussen was Ward lachend gearriveerd. Wat moest hij toch ook met drie meiden? En wat voor mietje ik was, omdat ik bang was voor spinnen. Hij pakte zijn slipper en liep heldhaftig mijn kamer op, om zich na één stap weer om te draaien. Dit vond hij ook maar niks! Jammer dan, jij bent de vent in huis! Dus Jenn en ik een veilig plekje op de gang opgezocht en we hoorde Ward slaan en nog eens slaan. Want de spin was zo groot dat hij niet in één, twee of drie keer kapot was. Ward heeft ons gered! Nadat de spin in de wc lag, moest hij met mij alles controleren op een broertje of een zusje van de spin. Maar nee hoor! Dat is de eerste avond dat ik onder de klamboe heb geslapen. Dank je wel Paula!

Verder verliep mijn week rustig. Als ik ’s morgens op de afdeling aan kwam, werd ik hartelijk begroet door mijn zwarte collega’s. Want ik ben die witte zuster, met die rare naam die ook nog eens kindjes uit het bed haalt, zomaar! Maar ik had mijn weg langzaam gevonden. Zolang je blijft lachen, komt het allemaal goed! Mijn laatste dag heb ik met een gevoel van voldoening afgesloten. Al zolang ik er ben, ligt Virginia er ook. Virginia is grotendeels verbrand, alleen haar hoofdje en linkerhandje niet. Virginia ligt er nu al 3 maanden, op haar rugje met de handjes boven de dekens. Helemaal ingepakt. Ze kijkt eens wat en als men haar wast moet ze huilen, want alles doet natuurlijk pijn. Ze is van boven tot beneden ingepakt, inclusief mutsje van verband op haar verbrande hoofdje. Virginia is het meest knappe meisje dat je ooit hebt gezien, met echte ‘chubby cheeks’ (hamsterwangetjes) en ontzettend grote bruine ogen met lange wimpers. Zij lag op dezelfde kamer als Mxolisi (die al naar huis is) en op de kamer waar Itumeleng later bij is gekomen. Ik heb Virginia vaak gewassen en verschoond, maar het was natuurlijk altijd huilen geblazen. Ik probeerde soms met haar te spelen door gewoon aan haar bed te staan. En het lukte, alleen heeft Virginia zolang ze er is nog nooit gelachen. Maar goed, het kindje heeft ook geen reden om te lachen. Al 3 maanden in bed, andere kinderen bezoek zien krijgen en zelfs niks, pijn van het verbrand zijn en dan ook nog verpleegkundigen die je snel, snel wassen, daarbij pijn doen en weer terug leggen. Want ja, zo ging het dus de afgelopen 3 maanden vertelde mijn collega’s mij. Nu is het natuurlijk normaal dat Virginia een hele tijd in bed heeft gelegen met zo’n wonden, maar 3 maanden? Dus ik probeerde al een hele tijd om haar uit bed te krijgen. Nou, geloof me, het was iets als een burgeroorlog tussen haar en mij. Maar toch mocht ze me wel, want altijd als ze me zag gooide ze haar knuffel naar me en dat betekende dat ik hem terug moest gooien. Vond ze leuk! Mijn laatste dag stond ik op een andere kamer, maar omdat ik Itumeleng regelmatig ga opzoeken, kijk ik ook even in haar ‘cel’ hoe het met haar is. Een zwarte collega was net bezig haar te verschonen en ja, het was weer oorlog. Ze vroeg me te helpen om een jurkje aan te doen. Dus ik tilde het hoofdje op en deed het jurkje aan. Virginia stil!! Ik zei de collega meteen het bed op te maken, dan tilde ik Virginia op. Ze keek me raar aan.. Dus ik tilde Virginia op.. Virgnia stil!!! Hoe kan dit nou? Dan ga je nu ook voor de ratten Virginia! Dus ik liep met haar weg bij het bed richting raam. Ik keek met haar uit het raam en ze vond het leuk. Was stil, huilde niet en aandachtig naar buiten aan het kijken. Zo heb ik 10 minuten gestaan, waarna ik een kleine stoel pakte met een tafeltje. Ik zette haar in de stoel, schoof de tafel aan en zette iets onder haar verbrande voetjes, waardoor ze niet weg kon zakken. En Virginia bleef rustig zitten. Ondertussen had mijn collega al andere collega’s gehaald en de moeders van de andere kinderen op de kamer waren aan het klappen voor Virginia, dus voelde ze zich ook wel trots natuurlijk. Ik zette het eten voor haar en begon haar eten te geven. De vorige 3 maanden heeft ze namelijk voeding door een spuit gekregen, die ze dan in haar mond zette en leegspoten. Na een aantal minuten begon ze te huilen en ik dacht dat ze pijn had. Dus ik wilde haar terug leggen. Ze sloeg boos de lepel uit mijn handen en pakte hem. Ze wilde namelijk zelf eten en niet gevoerd worden!!!!!!!! Ondertussen stond mijn supervisor achter me, de doktoren, andere collega’s, iedereen. Omdat niemand Virginia ooit uit bed had gezien. Ze waren er van overtuigd dat het door mij kwam. Want Virginia mocht mij wel. Ja dat zal, jullie hadden je ook de moeite kunnen doen natuurlijk! Kunnen jullie je dat voorstellen.. Virginia lag dus 3 maanden in bed, niks te doen. Alleen kijken, wachten op bezoek dat nooit is gekomen. Omdat mama geen geld heeft om tot het ziekenhuis te komen! Ziet andere kinderen die vervolgens wel bezoek krijgen. Krijgt niet fatsoenlijk te eten. Collega’s geven haar alleen melk met extra voedingsstoffen door een spuit. Terwijl Virginia wel uit bed wil, zelf kan eten! En ook wil spelen!! Ze heeft namelijk dik drie uren in het stoeltje gezeten. Ik heb andere kinderen uit bed gehaald en naar die kamer gebracht, een grote speelbox ergens uitgehaald en we hebben lekker rommel gemaakt met z’n allen. De melk en pap lag overal op de grond en iedereen viel over de blokken en speeltjes. En ik blij!!! Na drie uren vond ik het goed geweest en heb ik iedereen terug in bed gelegd. Ben op lunch gegaan en toen ik terug kwam ging ik eens even kijken bij Virginia of ze nog lag te slapen, want ze zou wel kapot zijn geweest. Maar nee hoor! Ze strekte haar armpjes uit dat ze uit bed wilde. Oké! Dan nog maar een keer! Ondertussen zei een collega tegen me dat ik de kinderen teveel verwendde, ze was vanmorgen toch ook al uit bed geweest?! Och, hoe kan ik dat nu zijn vergeten! Zal ik haar dan maar weer terugleggen voor de komende 2.232 uur totdat er weer een stagiaire is die haar na 3 maanden eruit haalt? Dus ik lachte lief naar mijn collega, stomme trut, en liep weg met Virginia. Wij gaan spelen! Dus we hebben met z’n allen weer gespeeld tot een uur of 4. En dat maakt dat ik op mijn laatste dag dus geen reet heb uitgevoerd, alleen maar heb gespeeld en toch daarmee het meeste bereikt heb wat er voor mij te bereiken was. Ik ben blij!
Toen mijn werkdag er op zat liep ik naar de balie en bedankte iedereen voor de leuke tijd. Ik had ervan genoten en dat meende ik echt! Ook al lezen jullie af en toe verhalen waarvan jullie denken ‘nou, gezellig daar’, ik heb het naar mijn zin gehad. Ik vond de eerste week moeilijk, maar uiteindelijk heb ik van de kinderen veel terug gekregen en uiteindelijk deed ik het ook voor hen! Ik ben blij, dit was één van mijn dromen en die is nu vervuld :)..
Eén collega vroeg waarom ik vanmorgen niet gezegd had dat het mijn laatste dag was. Waarom? Dan hadden ze iets kunnen regelen, taart en vla, chips enzo, want dat doen ze als iemand weggaat. En ze vonden het allemaal jammer. Dat vind ik leuk, heb ik misschien toch een goede indruk achter gelaten. Ik hoop eigenlijk dat ze nu gezien hebben dat kinderen ook wel graag hun cel uit willen en daar iets aan doen. Al denk ik het niet, maar goed, ik heb het geprobeerd. Ik vertelde mijn collega dat ik nog terugkwam met mijn moeder en vriend en dat ik knuffels kwam langs brengen. Dat vonden ze leuk. Dus ze zijn nog niet van me af!

Gelukkig hebben ze me wel nog iets kunnen leren in mijn laatste week. Dezelfde collega die me vertelde dat ik de kinderen rustig bij hun armen door elkaar mocht schudden of mijn hand op hun mond leggen als ze niet stopte met huilde, leerde me nog iets. Noxolo, mijn langstzittende vriendinnetje huilde een dag best veel. En mijn lieftallige zwarte collega werd er gek van. Ik probeerde Noxolo de hele tijd te troosten, maar het ging niet, dus ze was al een tijd aan het huilen. Mijn collega kwam binnen en vroeg waarom ze niet stil was want ze werd gek van het geschreeuw! Vind ik persoonlijk ook niet normaal op een kinderafdeling hoor.. Gehuil en geschreeuw! Maar goed, vervolgens pakte ze een grote spuit inclusief naald en hield het voor het gezichtje van Noxolo, zo’n 2cm van de ogen af. Het kind was al hysterisch, stel je voor dat ze net met haar hoofdje naar voren beweegt?! Ik wil het niet meemaken.. Ze keek me trots aan, want inderdaad, Noxolo was stil en had ondertussen een plaatsje achter mijn rug gevonden. Ik vroeg haar of ze altijd zo de kinderen stil kreeg. Nou ja, niet altijd, alleen als ze er gek van werd. Maar, grapte ze erachteraan, ik word al snel gek. Dikke luie collega’s! Af en toe vraag ik me wat erger is.. Criminelen die in onze auto inbreken, of sommige van mijn collega’s? Het zal wel cultuur zijn..

Vrijdag besloten we naar Hartbeespoortdam te gaan. Maar we moeten ook onze lieftallige witte vriendin van het huis nog geld betalen. Dus dat eerst maar gedaan samen met Ward. Onze vriendin was er niet, wel de assistente. Wij betaalt en erbij gezegd dat we betalen voor en poetsvrouw, 2 keer per week, en in 4 weken de poetsmadam pas 1 keer geweest is. Ik zei erbij dat ik het niet erg vond, want ik heb liever geen poetsvrouw! Dat is dus wel twee keer per week een vreemde in je huis! Maar dat ik er dan wel niet voor ging betalen! Nou, de assistente ging het wel regelen, want zij betaalden de poetsvrouw ook. En het was ook niet de bedoeling dat we geld terug zouden krijgen voor de poetsvrouw, dus jah.. Hopen dat onze lieve ‘domestic worker’ volgende week wel komt opdagen.
Naast het gebouw waar we de huur moesten betalen is een soort reisbureautje. Ward en ik liepen er eens naar binnen om te vragen naar welke plaatsen we toe moesten. Toen we binnenstapte was het alsof we in de Zoo zaten. Een aapje en een nijlpaard achter de balie. Het nijlpaard vroeg meteen of ze ons kon helpen. Ward en ik bleven nog even staan staren, totdat ik zelf in de gaten had dat ik aan het staren was en Ward mee trok naar de balie. We stonden bij het nijlpaard en zeiden dat we eigenlijk alleen voor informatie kwamen. Dat was prima! Ondertussen staarde ik naar de zakjes chips op de balie van het nijlpaard, het was 09.00u ’s morgens. We mochten gaan zitten en ze vertelde ons over alle mooie plaatsen waar zij geweest was en wat we absoluut gezien moesten hebben. ‘Amaaaaaaaaazing!’
Het nijlpaard was echt heel aardig en gaf ons het nummer van een man die allemaal reisjes organiseerden, ook voor ons vieren. Dus we hoefden maar te bellen en dan kregen we een chauffeur. Prijs?? Die wist ze niet.. Wij tevreden, want onder de verhalen door waar geen speld tussen te krijgen was, ik aan het pennen als een gek om alles op te schrijven. Dus hadden we nu een heel blaadje vol met allemaal informatie waar we heen konden. Terug in de auto wilden Ward en ik wel eens weten hoeveel mevrouw nijlpaard woog. We schatte zo’n 200 kilo bij een lengte van 1,70m.

We gingen Ricky en Jenn ophalen die ondertussen boodschappen hadden gedaan en met de ontdooide spullen stonden te wachten bij de supermarkt, omdat mevrouw zolang praatte over het geweldige Afrika. We reden naar Harteespoortdam want er was een geweldige kabelbaan, stond in het Afrika-boekje van Ward. Wij overal zoeken naar de Cable Way. Nee, niet te vinden. We stopten langs de kant en vroegen een aardige ‘bladeren-aan-de-kant-schepper’ naar de weg. Hij wist het, wij erheen gereden. Geen kabelbaan te zien. Nog eens gevraagd, weer teruggereden, niks te zien. Nog eens zes keer op en neer gereden, niks te zien. Fijn, Afrika. Dus, tot Ward zijn ergernis, kwamen we langs leuke marktkraampjes. Wij uitstappen en snuffelen. Ik iets leuks gezien, kan niet vermelden wat, want het is een cadeau :)… Anders zou natuurlijk de verassing eraf zijn he! Het kostte in ieder geval R80, zo’n 7,50 euro. Ik vond het redelijk duur, maar had ze nog nergens goedkoper gezien. Ik blufte dat ik ze wel goedkoper had gezien, en wel twee kraampjes verderop. Zwarte vriend keek me een beetje raar aan, maar maakte er al R70 van. Nee sorry, te duur. Ik liep weer naar de andere en zei dat ik ze verderop voor R70 kreeg. Hij maakte er R60 van. Nee sorry, te duur. Dus liep ik weer terug… Enzovoort enzovoort… Het tafereel heeft ongeveer 15 minuten geduurd en Ward lachen. Totdat ik twee stuks voor R80 kreeg. Twee voor de prijs van één, mooi toch! Ik in mijn nopjes. We konden terug naar huis.

’s Morgens kreeg ik trouwens de schrik van mijn leven: pinpas weg. Hoe kon dat dan nu? Ik was al om 06.00u wakker (ja, aangepast aan het ritme hier :)) en wilde kijken wat mijn banksaldo was. Nergens te vinden dat ding! Gewacht tot de rest wakker was, en iedereen alle kamers nagezocht. We hebben zeker een uur lang het hele huis overhoop gehaald. Niks te vinden! Verdomme nog.. En nu dan? We moesten de huur betalen, de auto.. We dachten allemaal na en kwamen tot de conclusie tot een week geleden voor het laatst gepind was door Jenn en Ricky. Ze hadden de pas met het geld op de tafel gelegd. Dat ding kon dus overal zijn! Uiteindelijk had het geen zin meer om te zoeken. Ik probeerde het te laten rusten. Toen we terugkwamen van de huur betalen en het reisbureau hebben we nog eens met z’n allen gezocht en volgens ons moest de pinpas bij de vuilnis zijn beland. Want waar moest hij anders zijn? Toen ik ’s avonds thuis was had ik het er nog met Ward over gehad. Ik zou morgen mijn moeder bellen om hem te laten blokkeren. Na nog eens gezocht te hebben, ging ik maar naar bed. Ik trok de gordijnen dicht en daar… Mijn pinpas! Op de meest logische plaats: in de gordijnen! Vraag me niet hoe het kan, maar hij zat daar! Moraal van dit verhaal: ben je je pinpas kwijt, kijk als eerste in de gordijnen. Misschien zit hij daarin!

Zaterdag zijn we naar Drakensbergen gereden. De navigatie van Ruan (die mogen we lenen, want hij is op vakantie naar zijn ouders) gaf aan dat het 260 kilometer was. Dus wij om 06.00u vertrokken richting Drakensbergen, wat bijna tegen Mozambique aanligt, helemaal aan de oostkust. Toen we op weg waren, gaf de navigatie opeens 380 kilometer aan, toch wel een verschil! Maar goed, wij hadden er zin in en reden richting Drakensbergen. De weg alleen al is indrukwekkend. Zodra je de steden uitrijdt, kom je langs de krottenwijken. Wij kijken onze ogen uit. Ook al hebben we het nu al vaak gezien en weten we wat we kunnen verwachten, we raken er niet aan gewend. Dat mensen zo kunnen leven! We stopten bij een tankstation om de benen te strekken na 100 kilometer ongeveer. Want ja, hier moet alles binnendoor! Binnen de steden is er een autosnelweg, maar de rest is alles binnendoor. 380 kilometer is dan behoorlijk lang! En de wegen zijn hier ook nog niet ‘je van het’. Bij tankstations, of ja; een pomp en een kast met gekoelde drank, staan meestal wat kraampjes. Hier stond een oud vrouwtje met wat rotte sinaasappels op kisten, ernaast een jongen met autobanden te koop. Alles kan verkocht worden hier! We reden door en toen we in de bergen aankwamen, vonden we het al prachtig! Wat een uitzicht! We reden bergen op van 2120 meter. Ik was in mijn nopjes! Lekker cruisen door de bergen in Zuid-Afrika! In het boekje van Ward had ik een route die we door de bergen konden volgen gevonden. We begonnen in Sabie, reden 180 kilometer langs allemaal bezienswaardigheden, en eindigde in Sabie. We kwamen langs de Mac-Mac watervallen en verderop waren de Pools, waar we konden zwemmen in bergwater. Dat was te gek. Je zwemt in ijskoud bergwater, met het uitzicht van de bergen. We konden niet echt lang blijven overal, omdat we zoveel mogelijk wilden zien. Vervolgens reden we naar God’s Window. Dan sta je bovenop een berg, in een soort klif, maar je kan kilometers ver kijken. De afrikanen (die allemaal erg gelovig zijn) geloven dat God hier begon met het scheppen van de wereld, en hier eindigde. Het uitzicht was geweldig! Bovenop de berg was een regenwoud, dus daar meteen ook even doorheen gelopen. Verder hebben we heel veel in de auto gezeten. Hierna zijn we doorgereden naar Pilgrim’s Rest, een authentiek dorpje uit de tijd van de apartheid. Heel leuk om te zien.
Er was een parkeerplaats, dus ik reed die op en parkeerde de auto. Boven de parkeerplaats was een klein bergje waar ‘hangjeugd’ zat. Eentje liep richting onze auto, stond ervoor en rekte zich uit. Hij viel me op, omdat ik het meteen niet meer vertrouwde toen ik naar hem keek. Ik vertelde Ward dat ze waarschijnlijk hadden gezien dat we navigatie hadden. Maar goed, vanaf het marktje konden we hen toch zien.
We liepen over het marktje, zagen leuke spullen, en pingelde nog eens wat, en kochten het. In het dorpje liepen gewoon aapjes. Leuk om te zien. Alles is normaal in Afrika :)..
Toen we terugkwamen bij de auto waren de ramen gepoetst. Een jongen kwam aanlopen en zei dat hij had gepoetst en nu R40 van ons kreeg (zo’n 4 euro). Ja daaaag! Hoe gehaaid kun je zijn? Hij wees me op een bordje waarop stond ‘Carwash R40’. Haha, grapjas! Nu weet ik ook waarom die jongen zo voor onze auto kwam staan en zich uitrekte, hij stond toen recht voor het bord! De jongen kwam een beetje bedreigend bij me staan en zei hij dat hij toch echt R40 kreeg nu. Nee, die krijg je niet! Want je hebt me niks gevraagd en ik hoef de auto niet gepoetst te hebben. Ik pakte mijn beurs en zei hij dat hij mijn kleingeld kon hebben, meer niet. Moest hij maar op een eerlijke manier geld proberen te verdienen. Hij keek me wat stom aan toen ik hem R3,50 in de handen duwde (zo’n 30 cent). Maar hij liep wel weg! Gelukkig, want ik was niet zo heel zeker van mijn zaak en wist niet hoe graag hij zijn geld wilde hebben. Maar blijkbaar had hij ook in de gaten dat het niet op deze manier werkte.
We reden nog wat door de bergen, waarbij paarden, koeien, stieren, springbokken en apen ons de weg versperde. Je moet hier ook nog goed opletten in het donker, want je wilt niet met 100km/h tegen zo’n stier aanknallen! We aten wat in Sabie. En geloof het of niet, Tessa de boer heeft struisvogel gegeten! En nee, niet omdat het een delicatesse hier in Afrika is, maar uit principe dat ik een hekel aan de dieren heb! Want een lelijke, misselijke dieren. Toen we in het cheetapark was hebben ze ons achterna gezeten en ons de stuipen op het lijf gejaagd, daarom heb ik ze gegeten! Maar het smaakte niet verkeerd. We moesten nog tanken, want op de heenweg waren we in 300 kilometer geen één tankstation tegengekomen!). Hierna vertrokken we richting huis, tenminste dat dachten we. De navigatie stuurde ons helemaal de andere kant op, maar ja, wisten wij veel, zijn niet bekend in Afrika. Dus pakte ik de kaart erbij en snapte wat fout ging. Ik adviseerde Ward om mij en de kaart aan te houden, ook een risico, maar beter dan de navigatie die per se NIET over de autosnelweg wilde, maar binnendoor. Ward na veel geaarzel, want een vrouw en een kaart is toch gevaarlijk, toch toegestemd. En uiteindelijk kwamen we thuis, na zo’n 200 kilometer te hebben omgerekend. We kwamen thuis en hebben uiteindelijk 1100 kilometer op 18 uren gereden, maar ontzettend veel gezien en een geweldige dag gehad! En de complimenten aan Chico, want hij heeft ons niet de steek gelaten!

Zondag hadden we dus een luierdag verdiend.. En we hebben dan ook… HELEMAAL GEEN STEEK UITGEVOERD!!

Maandag gingen we naar school. We werden om 07.45u verwacht bij onze lerares Rina. Wisten niet waar de TUT was, onze school (Tschwane University of Technology). We kwamen weer door de meest onprettige buurten van onze lieftallige stad. Maar dat is ook goed, want dan weten we precies waar we in het donker dus niet moeten komen! We mochten vandaag mee de onderwijsgroep in, of ja, wat het dan moest voorstellen. Onze klasgenoten zijn ook allemaal vierdejaars studenten die in november gediplomeerd zijn. Dat was te zien! De ene nog meer ongeïnteresseerd dan de ander. En misschien mag ik het niet zeggen, maar we hadden drie blanke in de klas, die wel alles wisten en presentaties klaar hadden. In de Afrikaanse lessen rinkelen telefoons, schuift iedereen met stoelen, klept iedereen door elkaar (ook tijdens presentaties), lopen de klas uit om vervolgens twee uren later terug te komen en kan alles! Waarom zijn wij ook zo gedisciplineerd! Na onze les moesten we naar het kantoor van Rina. En guess what? Onze stageplek was nog niet geregeld. Dus uiteindelijk twee uren zitten wachten, totdat het eindelijk (gelukkig) toch geregeld was. Rina regelde meteen een collega die met ons naar Laudium reed, een Indische achterbuurt, waar we vanaf woensdag gaan werken. Wat we daar zagen, was niet te beschrijven. Ik stond opeens vast met mijn schoenen, realiseerde me pas later, dat het de plakkerige vloer was. We kwamen bij de Maternity Obstretic Ward, waar baby’s ter wereld komen, ofwel dood, ofwel levend werd ons verteld. En wij mogen gaan assisteren bij die bevallingen. Ward zag het weer eens niet zitten :).. Er was ook een Immunization-programme waar we aan mee mochten doen. Nou ja, ik kan er lang en breed over lullen, maar het komt zich neer op één gebouw, waar zich afspeelt en dit hoeft niet steriel.
Maar ik kan er nog niks over zeggen, want ik moet nog beginnen! Ik vind het in ieder geval spannend. En of het nu wel of niet hygienisch is, ik vermaak me toch wel!
Het gaat helemaal goed komen!

Ik hou op jullie op de hoogte…
Kusjes!

P.S.; VOOR FOTO’S KIJK BIJ MIJN REISVRIENDEN; JEFFIE IN AFRIKA, ZIJ HEEFT WEL HET IQ OM FOTO’S UP TE LOADEN

  • 28 September 2009 - 19:40

    Mam:

    De eerste stageperiode zit erop,hè Tessa. Ik denk dat je veel geleerd hebt, vooal hoe het niet moet.
    Ik ben benieuwd hoe de volgende stageplek je zal bevallen.
    Je maakt in ieder geval veel mee, als je thuis komt zal voor jou alles saai zijn.
    Hier hebben we geen grote boomspinnen op je kamer.
    Nog even en dan stappen Ken en ik in het vliegtuig richting jou. Ik heb er zin in.
    Tessa, ik ben heel trots op, kusjes Mam

  • 28 September 2009 - 20:17

    Pap De "diekkop":

    Zo Tesske, het eerste gedeelte zit erop.
    Je hebt al aardig wat avonturen en indrukken gemaakt hè.
    Ben héél blij dat jij je eigen weg bent blijven volgen daar en je niet gek hebt laten maken door de "blackies"
    Ben ook benieuwd hoe je het straks in de townships gaat vinden.
    Thuis begin ik langzamerhand dat eeuwige gekwetter van jou toch te missen, het is wat stil hier.Maar ja, die paar maanden redden we ook nog wel.
    Diekkop amuseer dich en loat dich néét gek make want dich bès einen van.....

    Groetjes en tot gauw ziens, Pap

  • 29 September 2009 - 09:04

    Dagmar En Jannie:

    blijf vooral je zelf en blijf schrijven.

    gr dagmar en jannie

  • 29 September 2009 - 09:31

    Edgard:

    Hey, Tessa of moet ik zeggen Florence nightingale, wat is dat toch allemaal daar in Africa het moet niet veel gekker worden en dan maar zeggen dat wij bevooroordeeld zijn wat betreft de blackies.
    Trouwens laat het de presie niet horen dat die witte zuster breder is dan de gemiddelde softie want dat neemt onze trotse presie je niet in dank af.
    een tip Tes, kijk uit als je de gordijnen inspecteerd want dat heeft Carla ook eens gedaan en je wil niet weten wat ze aan haar handen had en daar kreeg ik ook nog de schuld van.
    Tessa laat je vooral niet ontmoedigen door de minder prettige ervaringen maar put je energie uit de positieve dingen, maar ja als ik je verslagen lees is dit eigenlijk een overbodig advies.
    de groeten van de Willempies uit Heekcity, en een dikke knuffel van Kenneth.

  • 29 September 2009 - 14:13

    Monique Ruud Sven:

    he tessa,
    wat een verhaal weer!!!.ik moet altijd ff nadenken of je het over echte dieren ha ha ha .het is ieder keer weer een plezier om je verhaal te lezen geweldig.
    maar he ik dacht dat jij je kamer daar opgeruimt had ?????.maar pinpas achter het gordijn???????.dat heb ik nog nooit mee gemaakt hahahahahaha.
    nou ik vindt het fijn om te lezen dat het goed gaat met je .tot volgende week dikke kus van ons 3e hoie xxxxxxxx

  • 29 September 2009 - 21:53

    José:

    Hoi Tessa,

    Heb ik een heel verhaal geschreven, komt het er niet te staan. Nog maar eens proberen dan.
    Zoals iedere keer geniet ik enorm van je reisverslagen.
    Ik denk dat Ward heel blij is dat hij jullie vrouwen mag beschermen. Al is het dan tegen spinnen. Brrr ik moet er niet aan denken zo'n joekel tegen te komen. Maar goed, Ward heeft zijn mannetje gestaan.
    Met tranen in mijn ogen las ik het verhaal over Virginia. Wat goed van jou dat je doet wat je hart je ingeeft. Jij laat zien dat het ook anders kan. Ik hoop dat ze veel van je geleerd hebben maar vooral dat ze geleerd hebben dat een beetje aandacht wonderen kan verrichten.
    Als mam nog plaats heeft voor knuffels in haar koffer, in Spaubeek staan er nog wel een paar. Ook als je andere dingen kunt gebruiken moet je het maar laten weten, mam sleept wel...
    De foto van het struisvogelvlees zag er goed uit, dus ik gel;oof direct dat het gesmaakt heeft.
    Ik wil je veel succes wensen op de nieuwe stageplaats en als je voor een van die kinderen een naam mag bedenken, noem haar dan maar Tessa. Volgens mij geef je haar dan een geweldige erfenis mee...
    What's in your name...(all the best)

    Groetjes, José

  • 02 Oktober 2009 - 18:27

    Peter:

    hey Tessa mooi verhaal ik hoop alleen dat het {werken) zo niet besmettelijk is groetjes je buren

  • 02 Oktober 2009 - 20:49

    Steffie:

    He Mup..

    Ongelofelijk wat je allemaal meemaakt daar!

    Ik ben benieuwd hoe de nieuwe stage plek je daar bevalt!
    Binnenkort zijn Ken en je moeder alweer bij je he, zul je wel naar uit kijken :D

    Zet hem op Mup, bin hiel trots op mien vriendinneke!

    Poen steffie

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Verslag uit: Zuid-Afrika, Pretoria

Tessa

Actief sinds 27 Juni 2009
Verslag gelezen: 181
Totaal aantal bezoekers 22906

Voorgaande reizen:

14 Augustus 2009 - 22 December 2009

Going' to South-Africa!

01 December 2009 - 21 December 2009

Ontwikkelingswerk in Zambia

Landen bezocht: